Deze pagina is automatisch vertaald uit het Duits. Bekijk Duits origineel →
Kruisweg over het Innerlijke Leven

Kruisweg over het Innerlijke Leven

Kruisweg over het Innerlijke Leven

(Zie God, die rijk is aan barmhartigheid)

„De meeste genaden schenk Ik aan zielen die Mijn lijden vroom overwegen.“ [737]

Openingsgebed

Barmhartige Heer, mijn Meester, ik wil U trouw volgen; ik wil U in mijn leven op steeds volmaakter wijze navolgen. Daarom vraag ik U: schenk mij door de overweging van Uw lijden de genade, de geheimen van het geestelijk leven steeds beter te verstaan.

Maria, Moeder van Barmhartigheid, leid mij op de wegen van het bittere lijden van Uw Zoon en verkrijg mij de nodige genaden om deze Kruisweg vruchtbaar te bidden. Ik offer hem in het bijzonder op voor de heiliging van priesters en religieuzen en voor allen die naar ware innerlijkheid en volmaaktheid streven.

Gebed vóór elke statie

Wij aanbidden U, o Heer Jezus Christus, en loven U.
Want door Uw heilig Kruis hebt Gij de wereld verlost.

I. Statie

Jezus wordt ter dood veroordeeld

De hogepriesters en de gehele Raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, om Hem ter dood te kunnen veroordelen.
(Mt 26:59-60)

Jezus:

„Verwonder u niet, dat gij soms onschuldig aan verdenking wordt blootgesteld. Uit liefde voor u heb Ik eerst de kelk van onschuldig lijden gedronken.“ [289]
„Toen Ik voor Herodes stond, heb Ik voor u de genade afgesmeekt u te verheffen boven de minachting der mensen en Mijn wegen trouw te volgen.“ [1164]

Zuster Faustina:

„Wij zijn gewend op woorden te reageren en menen altijd meteen te moeten antwoorden, zonder erop te letten of het Gods wil is dat wij spreken. Een zwijgende ziel is sterk; alle tegenspoed schaadt haar niet, wanneer zij in het zwijgen volhardt. Een zwijgende ziel is in staat zich op het innigst met God te verenigen.“ [477]

Barmhartige Jezus, help mij elk menselijk oordeel te kunnen aanvaarden, en laat niet toe dat ik U ooit in mijn naaste veroordeel.

II. Statie

Jezus neemt Zijn Kruis op Zich

„Hij droeg Zijn kruis en ging naar de zogenoemde Schedelplaats, die in het Hebreeuws Golgotha heet.“
(Joh 19:17)

Jezus:

„Vrees het lijden niet, Ik ben bij u.“ [151]
„Hoe meer gij het lijden leert liefhebben, des te zuiverder zal uw liefde tot Mij zijn.“ [279]

Zuster Faustina:

„Jezus, ik dank U voor de dagelijkse kleine kruisen, voor de hindernissen in mijn voornemen, voor de last van het gemeenschapsleven, voor de verkeerde uitleg van bedoelingen, voor vernederingen door anderen, voor harde omgang met ons, voor grondeloze beschuldigingen, voor zwakke gezondheid en uitputting, voor het verzaken van mijn eigen wil, voor het uitwissen van mijn eigen ik, voor het gebrek aan erkenning in alles, voor het doorkruisen van alle plannen.“ [343]

Barmhartige Jezus, leer mij de last van het leven, de ziekte en elk lijden te waarderen, en dit dagelijkse kruis met liefde te dragen.

III. Statie

Jezus valt voor de eerste maal onder het Kruis

„De straf die ons heil bracht, rustte op Hem; door Zijn wonden zijn wij genezen.“
(Jes 53:5)

Jezus:

„Onwillekeurige fouten van zielen houden Mij niet tegen in Mijn liefde tot hen (…) en beletten Mij niet Mij met hen te verenigen; maar zelfs de kleinste fouten, vrijwillig begaan, houden Mijn genaden tegen; zulke zielen kan Ik niet met Mijn gaven overladen.“ [1641]

Zuster Faustina:

„O mijn Jezus, hoezeer ben ik tot het kwade geneigd. Dat dwingt mij tot voortdurende waakzaamheid over mijzelf. Maar ik laat mij door niets afschrikken. Ik vertrouw op de genade van God, die in de grootste ellende overvloedig aanwezig is.“ [606]

Barmhartige Heer, bewaar mij voor iedere, zelfs de allerkleinste, maar vrijwillig begane en bewuste ontrouw.

IV. Statie

Jezus ontmoet Zijn Moeder

„En uw eigen ziel zal door een zwaard doorboord worden.“
(Lc 2:35)

Jezus:

„Hoewel alle werken die uit Mijn wil ontstaan aan grote lijden blootstaan, bedenk dan of één ervan aan groter lijden blootstond dan Mijn eigen werk, het werk der verlossing. Gij behoeft u over tegenspoed niet al te zeer te bedroeven.“ [1643]

Zuster Faustina:

„Ik hoorde de stem van de Allerheiligste Moeder: ‘Weet, mijn dochter, hoewel ik tot de waardigheid van Moeder Gods verheven werd, hebben zeven zwaarden van smart mijn hart doorstoken. Onderneem niets tot uw verdediging, verdraag alles in nederigheid; God zelf zal u verdedigen.’“ [786]

Maria, Moeder van Smarten, wees altijd bij mij, vooral in het lijden, zoals Gij aanwezig waart bij de Kruisweg van Uw Zoon.

V. Statie

Simon van Cyrene helpt Jezus het Kruis dragen

„Toen zij Jezus wegleidden, grepen zij een man uit Cyrene, Simon geheten (…) hem legden zij het kruis op, opdat hij het achter Jezus zou dragen.“
(Lc 23:26)

Jezus:

„De moeilijkheden laat Ik toe om uw verdiensten te vermeerderen. Niet de goede afloop beloon Ik, maar het geduld en de moeite die omwille van Mij werden opgebracht.“ [86]

Zuster Faustina:

„O mijn Jezus, Gij beloont niet de goede afloop van een daad, maar de oprechte wil en de moeite. Daarom ben ik volkomen rustig, ook wanneer al mijn inspanningen vergeefs blijven of nooit verwezenlijkt worden. Wanneer ik alles doe wat in mijn macht ligt, behoort de rest mij niet meer toe.“ [952]

Jezus, mijn Heer, moge elke gedachte, elk woord en elke daad alleen uit liefde voor U geschieden. Zuiver mijn intenties.

VI. Statie

Veronica reikt Jezus de doek aan

„Velen stonden van Hem ontsteld: zo geschonden was Zijn uiterlijk, niet meer dat van een mens; Zijn gestalte had niet meer de vorm van een mens.“
(Jes 52:14)

Jezus:

„Weet dat wanneer gij iets goeds doet voor een ziel, Ik het aanneem alsof gij het voor Mijzelf had gedaan.“ [1768]

Zuster Faustina:

„Van Jezus leer ik goed te zijn, van Hem die de Goedheid zelf is, opdat men mij dochter van de Hemelse Vader noeme.“ [669]
„Grote liefde kan kleine dingen in grote veranderen, en alleen de liefde geeft waarde aan onze daden.“ [303]

Heer Jezus, mijn Meester, bewerk dat mijn ogen, mijn handen, mijn mond en mijn hart barmhartig zijn. Verander mij in barmhartigheid.

VII. Statie

Jezus valt voor de tweede maal onder het Kruis

„Hij heeft onze zwakheden gedragen en onze smarten op Zich genomen.“
(Jes 53:4)

Jezus:

„De oorzaak van uw nederlagen is dat gij te veel op uzelf vertrouwt en te weinig op Mij.“ [1488]
„Weet dat gij uit uzelf niets kunt.“ [639]
„Zonder Mijn bijzondere hulp zijt gij zelfs niet in staat Mijn genaden te ontvangen.“ [738]

Zuster Faustina:

„Jezus, laat mij niet alleen. (…) Gij, Heer, weet hoe zwak ik ben. Ik ben de afgrond van ellende, ik ben pure nietigheid; is het dan verwonderlijk dat, wanneer Gij mij alleen laat, ik val.“ [1489]
„Dus moet Gij, Jezus, voortdurend bij mij zijn, als een moeder bij haar zwak kind, ja nog meer.“ [264]

Moge Uw genade mij bijstaan, Heer, opdat ik niet voortdurend in dezelfde fouten val. En wanneer ik val, help mij op te staan en Uw barmhartigheid te loven.

VIII. Statie

Jezus vermaant de vrouwen van Jeruzalem

„Een grote menigte mensen volgde Hem, ook vrouwen die Hem beweenden en beklaagden.“
(Lc 23:27)

Jezus:

„O, hoe dierbaar is Mij een levend geloof.“ [1421]
„Ik wens dat er in de tegenwoordige tijd meer geloof onder u zou zijn.“ [353]

Zuster Faustina:

„Ik vraag U dringend, Heer, mijn geloof te versterken, opdat ik in de grijze dagelijkse routine niet geleid word door menselijke stemmingen, maar door de Geest. O, hoe alles de mens naar de aarde trekt, maar een levend geloof houdt de ziel in hogere sferen en wijst de eigenliefde haar juiste plaats toe, namelijk de allerlaatste.“ [210]

Barmhartige Heer, ik dank U voor het heilig Doopsel en voor de genade van het geloof. Steeds weer roep ik: Heer, ik geloof, vermeerder mijn geloof!

IX. Statie

Jezus valt voor de derde maal onder het Kruis

„Hij werd mishandeld en verdrukt, maar Hij opende Zijn mond niet.“
(Jes 53:7)

Jezus:

„Weet dat de grootste hinderpaal voor heiligheid lusteloosheid en ongegronde angst is. Zij ontnemen u de mogelijkheid de deugd te beoefenen. (…) Ik ben altijd bereid u te vergeven. Telkens wanneer gij Mij daarom vraagt, verheerlijkt gij Mijn barmhartigheid.“ [1488]

Zuster Faustina:

„Mijn Jezus, ondanks Uw genaden voel en zie ik heel mijn ellende. Ik begin en eindig de dag in de strijd. Nauwelijks heb ik een moeilijkheid overwonnen of er rijzen tien nieuwe op die moeten worden bestreden. Maar ik bedroef mij niet, want ik weet dat nu de tijd van strijd is en niet van rust.“ [606]

Barmhartige Heer, ik geef U wat mijn enige eigendom is, namelijk zonde en menselijke zwakheid. Ik smeek U dat mijn ellende moge worden ondergedompeld in Uw onuitputtelijke barmhartigheid.

X. Statie

Jezus wordt van Zijn kleren beroofd

„Zij verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot over Zijn gewaad.“
(Joh 19:24)

Zuster Faustina:

„Plotseling stond Jezus voor mij, van Zijn klederen beroofd, geheel bedekt met wonden; Zijn ogen vol bloed en tranen; heel Zijn gelaat verminkt en met speeksel besmeurd. Toen sprak Jezus tot mij:“

Jezus:

„De bruid moet gelijkvormig zijn aan de Bruidegom.“

Zuster Faustina:

„Ik begreep deze woorden diep. Hier is geen plaats voor twijfel. Mijn gelijkenis met Jezus moet door lijden en nederigheid tot stand komen.“ [268]

Jezus, Gij die stil en rein van hart zijt, vorm mijn hart volgens Uw Hart.

XI. Statie

Jezus wordt aan het Kruis genageld

„Zij brachten Jezus naar Golgotha…“
(Mc 15:22.25)

Jezus:

„Mijn leerling, koester grote liefde voor hen die u lijden berokkenen; doe goed aan hen die u haten.“ [1628]

Zuster Faustina:

„O mijn Jezus, Gij weet hoeveel inspanning het kost eerlijk en oprecht te zijn tegenover hen voor wie onze natuur terugschrikt, of tegenover hen die ons bewust of onbewust onrecht hebben gedaan; menselijkerwijs is het onmogelijk. In zulke momenten probeer ik meer dan ooit Jezus in de betrokken persoon te ontdekken en omwille van deze Jezus doe ik alles voor die persoon.“ [vgl. 766]

O reinste liefde, heers over mijn hart in volle mate en help mij te beminnen wat elke menselijke maat overtreft. [vgl. 328]

XII. Statie

Jezus sterft aan het Kruis

„Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.“
(Lc 23:46)

Jezus:

„Dit alles voor de verlossing der zielen. Overweeg wat gij doet voor hun heil.“ [1184]

Zuster Faustina:

„Ik zag hele menigten van gekruisigde zielen, juist zoals Jezus. Ik zag een tweede en een derde menigte. De tweede menigte was niet aan het kruis genageld, maar de zielen hielden het kruis stevig in hun handen. De derde menigte was noch gekruisigd, noch hield zij het kruis vast, maar zij sleepten het achter zich aan en waren ontevreden.“

Jezus:

„Ziet gij de zielen die Mij gelijken in lijden en verachting, zij zullen Mij ook gelijken in heerlijkheid; zij echter die Mij minder gelijken in lijden en verachting, zullen Mij ook minder gelijken in heerlijkheid.“ [446]

Jezus, mijn Verlosser, verberg mij in de diepten van Uw Hart, opdat, gesterkt door Uw genade, ik U gelijk moge worden in liefde tot het Kruis en deel heb aan Uw heerlijkheid.

XIII. Statie

Jezus wordt van het Kruis genomen en in de armen van Zijn Moeder gelegd

„Jozef van Arimathea (…) vroeg Pilatus het lichaam van Jezus weg te mogen nemen…“
(Joh 19:38)

Jezus:

„Een ziel die vast op Mijn goedheid vertrouwt, is Mij het dierbaarst. Ik schenk haar Mijn vertrouwen en geef haar alles wat zij vraagt.“ [453]

Zuster Faustina:

„Ik neem mijn toevlucht tot Uw barmhartigheid, goede God, want Gij alleen zijt goed. Al is mijn ellende groot en zijn mijn schuld talrijk, toch vertrouw ik op Uw barmhartigheid; want Gij zijt de God van barmhartigheid, van wie men sinds eeuwen niet gehoord heeft dat hemel en aarde zich herinneren dat een ziel teleurgesteld werd die op Uw barmhartigheid vertrouwde.“ [1730]

Maria, Moeder van Barmhartigheid, leid mij op het pad van het innerlijke leven. Leer mij te lijden en te beminnen in het lijden.

XIV. Statie

Jezus wordt in het graf gelegd

„Jozef nam Hem en wikkelde Hem in een zuiver linnen doek…“
(Mt 27:59-60)

Jezus:

„Gij zijt nog niet in het huis des Vaders. Ga dan, gesterkt door Mijn genade, en strijd voor Mijn Koninkrijk in de zielen der mensen. Strijd als een koningskind en bedenk dat de dagen van ballingschap snel voorbijgaan en met hen de mogelijkheid om verdiensten voor de hemel te verzamelen. Ik verwacht van u (…) een groot aantal zielen die Mijn barmhartigheid in eeuwigheid zullen loven.“ [1489]

Zuster Faustina:

„Elke ziel die Gij, Jezus, mij hebt toevertrouwd, zal ik door gebed en offer steunen, opdat Uw genade in haar werkzaam worde. O grote Vriend der zielen, mijn Jezus, ik dank U voor Uw grote vertrouwen, dat Gij zo genadig de zielen onder onze hoede hebt geplaatst.“ [245]

Breng het tot stand, barmhartige Heer, dat niet één van de zielen die Gij mij hebt toevertrouwd verloren gaat.


Gebed na de Kruisweg

Mijn Jezus, mijn enige hoop, ik dank U voor het boek dat Gij voor de ogen van mijn ziel hebt geopend. Dat boek is Uw lijden, dat Gij uit liefde voor mij op U hebt genomen. Uit dit boek heb ik geleerd God en zielen te beminnen. Het bevat onuitputtelijke schatten voor ons.

O Jezus, hoe weinig zielen verstaan U in Uw lijden uit liefde! (…) Gelukkig de ziel die de liefde van het Hart van Jezus heeft begrepen. [304]