Alles uit Liefde voor U, Allerheiligst Hart van Jezus!
Alles uit Liefde voor U, Allerheiligst Hart van Jezus!
De Liefde openbaart Zich
Toen ik eens op een dag van het Octaaf van Sacramentsdag (juni 1675) voor het Allerheiligste bad, schonk Zijn liefde mij heel buitengewone genadebewijzen, en ik voelde het brandende verlangen deze liefde tenminste een beetje te kunnen beantwoorden. [...]
Toen sprak Hij tot mij:
Zie hier het Hart dat de mensen zozeer heeft bemind dat het Zich niets heeft gespaard, maar Zich volledig heeft gegeven en verbruikt om hun Zijn liefde te bewijzen. Als beloning oogst Ik van de meesten slechts ondankbaarheid, door de kilte en minachting die zij Mij in dit sacrament van de liefde aandoen. Doch het pijnlijkst is het Mij dat ook zielen die aan Mij gewijd zijn, zo tegen Mij handelen. Daarom verlang Ik van u dat op de eerste vrijdag na het Octaaf van Sacramentsdag een bijzonder feest ter ere van Mijn Allerheiligst Hart wordt ingesteld. Men moet op die dag de heilige communie ontvangen en Mij door plechtige eerherstel genoegdoening schenken, om de beledigingen te verzoenen die het Allerheiligst Altaarsacrament [...] worden aangedaan. Ik beloof u dat Mijn Hart hen met de stroom van Zijn goddelijke liefde zal overladen die Hem eer bewijzen en zich ervoor inzetten dat ook anderen dat doen. [1]
Allerheiligst Hart van Jezus, Bron van alle goed,
ik aanbid U, ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U en heb berouw over al mijn zonden. Aan U schenk ik dit mijn arme hart; maak het nederig, geduldig, zuiver en in overeenstemming met al Uw wensen. Geef, o goede Jezus, dat ik in U en Gij in mij leeft. Bescherm mij in gevaren, troost mij in droefenis en bekommernissen. Schenk mij de gezondheid van mijn lichaam, Uw zegen voor al mijn werken en de genade van een heilige dood. Amen.
(Benedictus XV, Breve 4.12.1915)
Zo vaak u iets pijnlijks, droevigs of onrechts overkomt, spreek tot uzelf:
Aanvaard het, het Allerheiligst Hart van Jezus zendt het u, opdat u dieper met Hem verenigd wordt. Zo houdt u de vrede van het hart vast, die alle rijkdommen te boven gaat.
(Hl. Margaretha Maria Alacoque)
[1] Dit is de laatste en tegelijk meest betekenisvolle van de in totaal vier „grote openbaringen“ van het Allerheiligst Hart van Jezus aan de hl. Margaretha Maria. Uit: Heilige Margaretha Maria Alacoque, Leven en Openbaringen.
De twaalf beloften
Ik zal hun de voor hun stand noodzakelijke genaden verlenen.
Ik zal hun gezinnen de vrede schenken.
Ik zal hen in al hun lijden troosten.
Ik zal over al hun ondernemingen de overvloedige zegen uitstorten.
Ik zal hun veilige toevlucht in het leven en vooral in het uur van de dood zijn.
De zondaars zullen in Mijn Hart een zee van barmhartigheid vinden.
De lauwe zielen zullen vurig worden.
De vurige zielen zullen snel op de weg naar de volmaaktheid vooruitgaan.
Ik zal zelf de huizen zegenen waarin een afbeelding van Mijn Allerheiligst Hart wordt geplaatst en vereerd.
Ik zal de priesters de genade verlenen zelfs de meest verstokte zondaars te bekeren.
De namen van hen die deze verering bevorderen, zullen in Mijn Hart ingeschreven staan en er nooit uit gewist worden.
Ik beloof u in de overmaat van de barmhartigheid van Mijn Hart dat Mijn almachtige liefde aan al degenen die op negen opeenvolgende eerste vrijdagen van de maand de heilige communie ontvangen,[2] de genade van een boetvaardige dood zal verlenen. Zij zullen niet in staat van ongenade en niet zonder ontvangst van de heilige sacramenten sterven. Mijn goddelijk Hart zal hun veilige toevluchtsoord zijn. [3]
[2] Verondersteld dat wij ons in staat van heiligmakende genade bevinden (ontvangst van het boetesacrament).
[3] Naar de openbaringen van het Allerheiligst Hart van Jezus aan de hl. Margaretha Maria Alacoque (1647–1690).
Imprimatur: Friburgi Helv., 15.10.1950, l. Waeber, vic.gen.
De vruchten van heilig verlangen
Goede bedoelingen zijn als parels die uit het binnenste van een mens tevoorschijn lichten. In die zin stelt de hl. Gertrudis van Helfta het beginsel op dat de Heer de wil voor de daad aanneemt.
Toen zij op een dag bad voor een persoon die met een haar opgedragen werk niet klaar kon komen, leerde de Heer haar:
De zuivere bedoeling of het verlangen van deze mens, die dit werk ondanks de hem tegemoet tredende moeilijkheden op zich heeft genomen om Mijn wil te vervullen, is Mij zeer aangenaam, en Ik neem zijn goede wil voor de daad zelf aan. Zelfs als het werk hem niet zou lukken, zou Ik hem toch dezelfde beloning ten deel laten vallen als wanneer hij het tot stand had gebracht.
Leg al uw lijden in Mijn Hart, en Ik zal er de grootste volmaaktheid aan verlenen, ten nutte van de hele Kerk.
(Jezus tot de hl. Gertrudis van Helfta)
Op het feest van de Openbaring des Heren wilde de hl. Gertrudis de Heer geschenken aanbieden gelijk aan die van de hl. Drie Koningen, en daar zij om zich heen niets vond dat waardig was om Hem aan te bieden, begon zij met onrustig verlangen de hele wereld door te trekken, waarbij zij alle onechte mirre, alle onechte wierook, alle onecht goud verzamelde, dat wil zeggen, alle gebeden, lijden en handelingen die niet het zegel van de overgave aan de Goddelijke Wil dragen en daarom God niet kunnen behagen. Dit alles veranderde zij in haar hart door de gloed van haar verlangen, als door het vuur van de smeltkroes, en bood het de Heer aan als goddelijke mirre, als geurige wierook en kostbaar goud. De Heer nam haar gave echter met groot welbehagen aan en sprak tot haar:
Zie, de parels die u Mij zojuist hebt aangeboden. Ik neem ze om hun zeldzaamheid met zulk een vreugde aan dat Ik ze voor het hele Hemelse Hof als herinneringsteken van uw buitengewone liefde aan het diadeem van Mijn hoofd wil dragen.
Welk een voortreffelijk middel van verzoening en genoegdoening, zowel voor ons als voor de hele Kerk, biedt de Heer ons aan in deze oefeningen die Hij Zijn veelgeliefde leerlinge heeft geleerd. Laten we al het nietige, nutteloze, onrechte van ons leven samenvatten en werpen we het door heilige begeerten in deze vurige oven van het Hart van Jezus, en alles zal daar als het ware gereinigd en getransformeerd worden. (Vgl. Jes 1,25)
Werpen we ook met heilig verlangen alle gedachten, woorden, werken en lijden van de hele mensheid die niet voor God zijn, in het gewonde Hart van Jezus en we zullen Hem overvloedige troost bereiden voor zo vele verduisterde genaden. [4]
[4] Vgl. Liefde, vrede en vreugde in het Hart van Jezus door P. Andreas Prévot, Imprimatur: Limburg, 16.7.1927.
Welke heerlijke vruchten uit onze zuivere en liefdevolle bedoeling voortkomen, legde Jezus ook uit aan Zr. Josefa Ménendez, door tot haar te spreken:
Degenen die in voortdurende vereniging met Mij leven, verheerlijken Mij en werken in hoge mate ten nutte van de zielen. Verrichten zij een werk dat op zich slechts weinig waarde heeft, maar dopen zij dit in Mijn Kostbaar Bloed en verenigen zij het met het werk dat Ik Zelf tijdens Mijn aardse leven verrichtte, hoeveel vrucht zal het dan voor het heil van de zielen voortbrengen; meer misschien dan wanneer zij voor de hele wereld gepredikt hadden! Om het even of zij studeren, spreken of schrijven, of zij schoonmaken, naaien, zich ontspannen: zolang de activiteit niet door luim bepaald, maar door gehoorzaamheid en plicht geregeld is en in innige vereniging met Mij verricht wordt, is zij vruchtbaar voor de zielen. Ik wens zozeer dat de mensen dat begrijpen. Niet de handeling op zich bepaalt haar waarde, maar de bedoeling waarin zij verricht wordt! [...] Mijn liefde gaat zo ver dat de zielen uit de kleinste dingen grote schatten kunnen winnen. Als zij in de morgen in vereniging met Mij hun hele dag opofferen en innig verlangen dat Mijn Hart Zich van hen voor het heil van de zielen bediene, als zij al hun plichten uit liefde vervullen, uur na uur en minuut na minuut, hoeveel schatten verzamelen zij dan op een dag! Aan zulke zielen zal Ik Mijn onuitputtelijke liefde steeds meer openbaren. [5]
[5] Uit: De Liefde roept, Boodschap van het Hart van Jezus aan zuster Josefa Menéndez, Imprimatur: Friburgi Helv., 5.1.1952, L. Waeber, vic.gen.
Men moet God zijn werk, zijn stappen, zijn rust opofferen.
O wat is dat mooi, alles voor de lieve God te doen.
Welaan mijn ziel, wanneer u werkt, zegent God uw werk en elk van uw stappen ...
O wat is het mooi om zich elke morgen aan God als offer aan te bieden ...
Hl. Pastoor van Ars
Dagelijkse toewijding
Goddelijk Hart van Jezus,
door het Onbevlekt Hart van Maria offer ik U alles op wat ik vandaag bid, werk, offer en lijd in de naam van allen en voor alle zielen van de drievoudige hl. Kerk, in die mening waarmee U Zelf onophoudelijk bidt en U op onze altaren offert voor de redding van de zielen. Amen. [6]
[6] Imprimatur van het Aartsb. Ordinariaat Salzburg, Prot. Nr.1698/17, van 22 augustus 2017.
Vernieuwing van de gezinswijding aan het Allerheiligst Hart van Jezus
Barmhartige Verlosser!
Nederig aan Uw voeten knielend vernieuwen wij de wijding van ons gezin aan Uw goddelijk Hart.
Wees altijd onze Koning, wij stellen op U ons volle, onbeperkte vertrouwen.
Uw Geest doordringe onze gedachten, onze wensen, woorden en werken.
Zegen onze ondernemingen, neem deel aan onze vreugden, aan onze beproevingen, aan onze werken.
Geef dat wij U steeds beter leren kennen, steeds meer beminnen en U standvastig dienen.
Van het ene einde van de wereld tot het andere weerklinke de roep:
Bemind, geprezen en verheerlijkt zij altijd en overal het triomferende Hart van Jezus. Amen.
Allerheiligst Hart van Jezus, ik vertrouw op U!
Allerheiligst Hart van Jezus, ik geloof in Uw liefde voor mij!
Allerheiligst Hart van Jezus, Uw rijk kome tot ons! [7]
[7] „De gezinswijding moet in het leven doordringen, [...] We moeten Hem uitnodigen om de morgen te zegenen en de avond, [...] onze glimlach en onze tranen: Heer, woon bij ons, als was U hier thuis; wees onze Koning, onze Vriend, onze Vertrouweling, onze Raadgever. [...] Niets mag gebeuren zonder U; ons lijden en onze vreugde, onze angst, onze rouw, alles willen wij met U delen.“ (P. Mateo). Uit: De Hart-Jesu-Troonverheffing door P. Engelbert Recktenwald, Wigratzbad, 1996.
Imprimatur: Freiburg, Brisg., 12 oktober 1953, Hirt, vic.gen.
Dagelijks gebed voor de priesters
O Jezus, door Uw liefdegloeiend Hart
bid ik U, ontsteek met ijver voor Uw liefde en verheerlijking alle priesters op de hele wereld,
alle missionarissen, allen die Uw goddelijk Woord verkondigen.
Geef hun de genade dat zij,
ontvlamd door heilige ijver,
de zielen aan Satan ontrukken,
om hen allen naar Uw Hart te voeren,
waar zij U eeuwiglijk mogen verheerlijken!
Amen. [8]
[8] Dit gebed dicteerde Jezus aan Zr. Josefa Menéndez op het Heilig Hartfeest, 3.6.1921. Uit: De Liefde roept.