De Herdersrozenkrans
De Herdersrozenkrans
Een Juweel van de Hemel
Geschiedenis van de Herdersrozenkrans
In Dorfen, in Neder-Beieren, stond een oud beeld van de Moeder Gods in een veld waar een arme herderin haar schapen hoedde. Voor dit genadebeeld had het meisje beloofd negen rozenkransen elke dag te bidden. Intussen brak een grote hitte uit in die streek, zodat de dieren haar geen rust voor gebed gaven. In deze nood verscheen Onze Lieve Vrouw aan haar op 20 juni 1642 en zei dat zij haar een klein gebed zou leren dat evenveel waard is alsof zij negen rozenkransen elke dag bad. Zij moest echter ook ijverig andere mensen deze kostbare groet leren.*
De herderin bewaarde dit kleine gebed bij zich tot haar dood, waardoor zij niet onmiddellijk gezegend kon worden en als "Arme Ziel" moest "dwalen". Toen zij erom werd gevraagd, antwoordde zij dat zij had verzuimd deze hemelse groet aan anderen bekend te maken.
(Volgens een volkstraditie)
Herdersrozenkrans
God groet u, Maria,
Dochter van de Hemelse Vader!
God groet u, Maria,
Moeder van de Eniggeboren Zoon!
God groet u, Maria,
Onbevlekte Bruid van de Heilige Geest!
O Maria, ik groet u 33 duizend keer, zoals de heilige Aartsengel Gabriël u groette.
Moge het uw hart en het mijne verblijden dat de heilige Aartsengel u deze hemelse groet bracht en tot u zei:
Wees Gegroet Maria, … (3 keer gebeden)
Met deze bijzondere groet bedoelde Onze Lieve Vrouw geenszins de grote beloften en het belang van het rozenkranspsalter te verminderen, maar veeleer nog een kostbaar juweel aan onze persoonlijke schatkamer van gebed toe te voegen. Tegelijk wilde de Moeder Gods ook de schatten van genade van het rozenkransgebed openen voor hen die, zoals de herderin van weleer, in werkelijke "tijdsnood" zijn.
Een goed gebeden WEES GEGROET is voor de duivel een vijand die hem op de vlucht jaagt, een hamer die hem verplettert, voor de ziel een middel tot heiliging, voor de engelen een vreugde. Het is de hymne van de uitverkorenen, het Lied van het Nieuwe Verbond, de vreugde van Maria en de verheerlijking van de Allerheiligste Drievuldigheid.
(Hl. Lodewijk Maria Grignion de Montfort)