Met Jezus in de Olijvenhof
Met Jezus in de Olijvenhof
"Mijn ziel is bedroefd tot de dood.
Blijft hier en waakt met Mij."
(Matteüs 26,38)
Telkens weer moet ik naar de Olijfberg gaan
En daar naar mijn Jezus zien.
Hij heeft zo'n grote vrees en angst,
dan moet ik nu bij Hem zijn.
Nee, ik kan niet gaan slapen,
ik moet naar mijn Jezus zien.
Heel zacht zal ik tot Hem zeggen:
"O Heiland, Gij hoeft niet te wanhopen.
Want al ben ik ook heel arm en klein,
toch wil ik Uw trooster zijn."
O zie, al Zijn ledematen beven,
en bloedig zweet loopt naar de aarde.
"Mijn God, zie toch Uw Jezus aan,
Hij heeft toch slechts het goede gedaan.
En nu rust het loon van onze zonden
op Uw veelgeliefde Zoon."
"Vader, als het mogelijk is,
laat deze beker aan Mij voorbijgaan."
Zo worstelt Jezus in gebed,
tot een engel Hem kracht brengt.
Hoe hij Hem troostend in zijn armen neemt,
maakt mijn hart van liefde warm.
Ook ik heb dan zo'n innig verlangen
mijn Heiland te omarmen.
Graag zou ik het alle mensen zeggen:
nooit hoeven wij te wanhopen.
Want elke nood wordt overwonnen
door Jezus' bittere lijdensuren.
Hij troost ons, wij troosten Hem,
alle doodsschaduwen moeten vluchten.
Eens zal voorbij zijn vrees en pijn,
God Zelf zal dan onze loon zijn.
Daarom laat mij naar de Olijfberg gaan,
en daar naar mijn Jezus zien.
Het staat mij in het hart geschreven:
"Alleen troosten kan ik Hem en beminnen."
(Kapucinessen van de Eeuwige Aanbidding)
"Zoals de ziel van Christus bedroefd was tot de dood vanwege onze zonden, die in de toekomst zouden plaatsvinden maar vooruitgezien waren, zo kon Hij ongetwijfeld ook troost putten uit onze vooruitgeziene genoegdoening, want een engel uit de hemel verschijnt Hem om Zijn hart, dat door afkeer en vermoeidheid bedrukt was, te troosten... Zo kan het allerheiligste Hart, dat voortdurend door de zonden van de mensen gewond wordt, ook nu nog op wonderbare wijze door ons getroost worden." (Uit de Hart-van-Jezus-encycliek van paus Pius XI van 8 mei 1928.)
Het Heilig Uur
In het jaar 1674 sprak Jezus tot de heilige Margaretha Maria Alacoque:
Ik word door de mensen veracht en Mijn liefde wordt met ondank vergolden. Dit valt Mij zwaarder dan alles wat Ik in Mijn lijden heb doorstaan. [...]
Heer, wat moet ik doen?, vroeg de heilige.
In de nacht van donderdag op vrijdag zal Ik u laten delen in de dodelijke droefheid die Ik in de Olijvenhof heb geleden. [...] Gij zult opstaan van 23.00 tot 24.00 uur, u op uw aangezicht ter aarde werpen en één uur in gebed met Mij doorbrengen, zowel om de toorn van God te stillen en barmhartigheid voor de zondaars af te smeken, als om Mij te troosten over de pijn die Ik voelde toen Ik door Mijn apostelen verlaten werd [...]. (Hier richt Jezus zich ook tegelijk tot alle apostelen en alle Godgewijden van alle tijden met het dringende verzoek Hem in de strijd om het heil der zielen niet alleen te laten.)
Volgens de wens van de Heiland waakte de heilige Margaretha vanaf toen elke donderdag op het genoemde uur en kort daarna begonnen ook velen anderen haar daarin na te volgen. [3]
Intussen bestaat er in deze geest een broederschap van het Heilig Uur en verschillende vormen van devotie, die op vele plaatsen voor het uitgestelde Allerheiligste worden beoefend. Vgl. Het Heilig Uur van Josef Negele, Imprimatur: Subotica, 14 jan. 1933, Ludovicus Budanovic m.p.
Gebed tot Jezus in de Olijvenhof
O Jezus, die in de overvloed van Uw liefde en om onze hardheid van hart te overwinnen een stroom van genade uitstort over hen die Uw allerheiligste lijden in de Hof van Gethsémani overwegen en de devotie daartoe bevorderen, ik smeek U: help mijn ziel en mijn hart vaak, doch ten minste eenmaal per dag, aan Uw allerbitterste doodsangst in de Olijvenhof te denken, U te beklagen en mij, voor zover mogelijk, met U te verenigen.
O gezegende Jezus, die in die nacht de ontzaglijke last van onze zonden op U hebt genomen en volkomen genoegdoening hebt gegeven: schenk mij de overgrote gave van een volmaakte liefdesberouw over mijn talrijke zonden, waarvoor Gij bloed hebt gezweet.
O gezegende Jezus, omwille van Uw allerheftigste strijd in de Hof van Gethsémani: schenk mij de uiteindelijke overwinning over de bekoringen, vooral over die waaraan ik het meest onderworpen ben.
O lijdende Jezus, omwille van Uw voor ons ondoorgrondelijke en onuitsprekelijke doodsstrijd, in die nacht van verraad en van de bitterste zielsangsten: verlicht mij, opdat ik Uw wil erken en volbreng; en geef dat ik telkens opnieuw aan Uw aangrijpende strijd denk en beschouw hoe Gij hem zegevierend hebt doorstaan, om niet Uw wil, maar de wil van de Vader te volbrengen.
Schenk, o Jezus, dat allen die U liefdevol aan het kruis beschouwen, zich ook Uw onmetelijke Olijfberg-lijden herinneren; dat zij, Uw voorbeeld volgend, goed leren bidden en zegevierend strijden, om U eens in de hemel eeuwig te kunnen verheerlijken. Amen.
Naar de heilige pater Pio. Imprimatur: Fabiano, 23 september 1963 † Macario, bisschop.
Voor de stervenden
Allerbarmhartigste Jezus, Gij bemint de zielen zo innig. Omwille van de doodsangst van Uw Allerheiligst Hart en omwille van de smarten van Uw onbevlekte Moeder smeek ik U: reinig in Uw Bloed de zondaars van de hele wereld die nu in doodsstrijd liggen en vandaag nog zullen sterven.
Hart van Jezus, Gij hebt doodsangst geleden, ontferm U over de stervenden. Amen.
Imprimatur: Freiburg, 30 mei 1951 † Burger, generaalvicaris.
Beloften van Jezus
Wie de wet van de liefde kent, verwondert zich er niet over dat Ik niet kan ophouden aan de deur te kloppen van hen die Mij weerstaan en Mij door hun afwijzing als het ware dwingen Mijn liefdevolle uitnodiging te herhalen. [...]
Zie wat groots Ik allen aanbied voor een beetje liefde:
Vergiffenis van alle zonden en zekerheid van het heil der ziel in het uur van de dood aan hen die ten minste eenmaal per dag liefdevol en eerbiedig aan Mijn doodsangst gedenken.
Volmaakt en blijvend berouw aan allen die ter ere van die smarten een Heilige Mis laten opdragen.
Succes in geestelijke aangelegenheden aan hen die anderen liefde tot Mijn Olijfberg-lijden zullen inprenten.
Tenslotte, om u te bewijzen dat Ik een dam van Mijn Hart wil doorbreken om er een stroom van genade uit te laten vloeien, beloof Ik aan hen die deze verering van Mijn Gethsémani-lijden bevorderen deze drie verdere genaden:
Volledige en definitieve overwinning in de zwaarste bekoring waaraan zij onderworpen zijn,
rechtstreekse macht om arme zielen uit het vagevuur te bevrijden,
grote verlichting en kracht om Mijn wil te volbrengen.
Al deze kostbare gaven schenk Ik aan hen die met liefde en medelijden Mijn onmetelijk grote doodsangst op de Olijfberg eerbiedig gedenken. (Privé-openbaring aan een begenadigde ziel.)