„Nooit kan ik, o Heer, U genoeg danken”
„Nooit kan ik, o Heer, U genoeg danken”
Nooit kan ik, o Heer, U genoeg danken.
Elke ademtocht zij U een dank.
Elke hartslag zij U een dank,
tot de laatste slag op de laatste dag.
Dan zal elke gedachte U danken
met een eeuwig dank, dank, dank!