Gebeden tot het Genadevolle Loretokindje van Salzburg (FB-nr. 10b)
Godskindje, wij vertrouwen op U!
Gebed tot het lieve Genadekind
O Loretokindje,
sterk en wonderbaar,
wees mijn kleine,
grote helper altijd!
Wees mij licht in alle donkere dagen,
wees mijn raad in alle beklemmende vragen!
Kindje,
zegen de zware moeite van mijn dagtaak,
zegen mijn liefde,
haar stille gloed!
En de mensen die Gij mij hebt gegeven
als gezellen voor dit aardse leven!
Genees de wonden die het leven sloeg,
versterk mijn ziel, die veel leed heeft gedragen!
Laat mij Uw liefde ook dan herkennen,
wanneer de nood diep in het hart brandt!
Schenk mij gezondheid en het dagelijks brood,
houd zorgen, ongeluk, angst en nood van mij weg!
Wees mij eens genadig in het oordeel,
roep mij tot de rust in het eeuwige licht!
Groet van de zieken aan het Kindje Jezus
O lief, zoet Kindje Jezus,
innig gegroet!
Gij zijt hier in dit tranendal
mijn troost, mijn Alles.
Gij zijt ons broertje geworden,
door de macht van Uw liefde,
en wilt nog steeds bij ons zijn
in de gedaante van heilig brood.
Ik groet U duizendmaal
in het heilig Sacrament!
Mocht ik met der engelen grote schaar
U prijzen zonder einde.
O, kon ik toch naar de kerk gaan,
U in het hostiekleed aanschouwen.
Maar nee, Uw wil geschiede,
U wil ik blij vertrouwen.
Hier op mijn smartenbed
wil ik U eren, trouw en vroom;
wil aan U denken vroeg en laat,
tot ik bij U kom.
Ben ik in pijn en in leed
dag en nacht alleen,
dan denk ik aan Uw eenzaamheid
in het kleine genadeschrijn.
Gloeit mijn bloed in koortshitte
en branden mijn handen,
dan denk ik aan Uw liefdegloed
in het Heilig Sacrament.
Wil het geduld mij begeven,
voel ik de pijn ten volle,
dan denk ik aan de pijnen van de liefde
die Uw Hart eens heeft gedragen.
O Kindje Jezus, ik lijd graag
voor U, voor U alleen,
voor U, die mij nooit ver zijt,
Gij zult mij kracht verlenen!
O wend Uw blik zo mild
naar mij arme zieke,
Gij zijt het, die mijn verlangen stilt,
die vrede schenkt en rust.
O, wanneer Gij genadig zegent
de vrome schare van bidders,
zegen dan, Kindje Jezus, ook mij,
die ver van het altaar ben.
Ja, zegen mij, die op U vertrouwt,
U alles overgeeft,
die in geloof U in de geest aanschouwt
en die U eeuwig bemint!
Amen.
Uw Kruis
Als alle engelen, alle genieën van de wereld bestudeerd hadden wat in deze of die situatie nuttig zou zijn, bijv. dit offer, die bekoring, dat lijden, zij hadden niets beters kunnen vinden dat voor u passender geweest zou zijn. Zo heeft Gods eeuwige wijsheid van eeuwigheid her bestudeerd om dit kruis uit Zijn Hart aan u te geven als Zijn kostbaarste geschenk.
Hij heeft dit kruis, voordat Hij het aan u verzond, gemonsterd met Zijn alwetend oog, doordacht met Zijn goddelijk verstand, beproefd met Zijn wijze gerechtigheid en met liefdevol erbarmen doorwarmd en gewogen met Zijn beide handen, of het niet een millimeter te groot en een milligram te zwaar was. Toen heeft Hij het nog gezegend met Zijn heilige Naam, gezalfd met Zijn genade, doorgeurd met Zijn troost, nieuw bezield op u en uw moed geblikt, en zo komt het rechtstreeks uit de hemel als een groet van God, als een aalmoes van de erbarmende liefde van uw God.
De kruisen die wij onszelf oprichten, of onszelf uitzoeken, zijn altijd wat versierd; want er steekt in dezelfde iets van ons eigen ik en daarom kruisigen zij ons minder. De volmaaktheid, deze glansprestatie in het deugdenleven, zal er derhalve in bestaan dat men vreugdig die kruisen op zich neemt die men zonder eigen toedoen opgeladen krijgt.
(H. Franciscus van Sales)
Gebed tot het Genadevolle Kindje Jezus
O Goddelijk Kindje Jezus!
Gij hebt U neergebogen om uit liefde tot ons de menselijke natuur aan te nemen en de glans van Uw Godheid te verbergen onder de gedaante van een zwak kind. O, hoe groot en beminnelijk zijt Gij in Uw vernedering!
Vol vertrouwen kom ik tot U, o lief Kindje Jezus. Door ontelbare genadebewijzen hebt Gij Uw welgevallen aan de verering van Uw heilige kindsheid in dit beeld geopenbaard. Ik bid U door Uw en mijn Moeder Maria, ontferm U over mij, vergeef mij mijn zonden, laat mij door zuiverheid van hart, nederigheid en gehoorzaamheid steeds meer op U gaan gelijken. O kom mij te hulp, almachtig Kindje Jezus, vooral in deze nood...
Beschut ook de jeugd, die Gij op bijzondere wijze liefhebt, maar die aan zulke grote gevaren is blootgesteld.
O Genadevol Kindje Jezus,
Aan U beveel ik ook al mijn naasten aan, Uw heilige Kerk en ons vaderland.
Amen.
Wonderbaar Genadekindje
Wonderbaar Genadekindje,
zeg mij hoe ik leven moet.
Om U, o Kindje, te vergelden
Uw liefde door tijd en werelden.
Wonderbaar Genadekindje,
zeg mij hoe ik danken moet
voor de genaden, voor de gaven
die lichaam en ziel mij laven.
Wonderbaar Genadekindje,
zeg mij hoe ik bidden moet,
om Uw Vaders hart te roeren,
Zijn wil te doorgronden.
Wonderbaar Genadekindje,
zeg mij hoe ik leren moet,
onder het kruis niet te bezwijken,
U het „Fiat” na te zeggen.
Wonderbaar Genadekindje,
zeg mij hoe ik liefhebben moet;
zo dor nog is mijn ziel,
en zo nabij de drempel des doods.
Wonderbaar Genadekindje,
reik mij, wanneer ik scheiden moet,
Uw lieve kleine handen
en leid mij tot een zalig einde!
Loretoklooster, wees gegroet!
Wij ijlen hierheen gezwind,
omdat jij immers toeverlaat en thuishaven bent
voor het kleine Genadekind!
Het troont op gouden altaar
en blikt vol goedheid neer
en hoort getrouw jaar na jaar
veel smekingen, dank en liederen.
En wanneer wij zwaar in noden zijn
en geen hoop meer bleef,
dan helpt ons het Loretokind
met Godsmacht en liefde!
De gebeden zijn ontleend aan het boekje Das Gnadenreiche Loretokindlein von Salzburg, Imprimatur: Ordinariaat Salzburg, nr. 918/92, 29 oktober 1992.