Deze pagina is automatisch vertaald uit het Duits. Bekijk Duits origineel →
God zal het u lonen!

God zal het u lonen!

De mooiste en machtigste dank

Zo loof ik U, mijn God, in oprechtheid, verheerlijk uw naam ik - voor immer. Ps 86,12

Deze brochure van de Mariaanse Priester- en Lekenbeweging nodigt uit het eerbiedwaardige „God zal het u lonen” als de mooiste en machtigste dank opnieuw te ontdekken. Zij handelt over het antwoord „God zegene het”, over het beoefenen van dankbaarheid jegens God en de mensen, over de genadestroom van de heilige Mis, over de sleutel tot het Heilig Hart van Jezus en over de genade van het ogenblik, en stelt dankbare heiligen voor, zoals de kapucijn broeder Felix van Cantalice.

Het „God zal het u lonen” op de weegschaal

Het volgende ware voorval vond plaats in het jaar 1852 in het toenmalige, nog Oostenrijkse stadje Albendorf in het Glatzer Land.

Een arme arbeidersvrouw, wier man al geruime tijd ziek te bed lag, wilde bij de slager een stuk vlees vragen voor een krachtige soep. Zij droeg de slagersmeester haar verzoek voor. Die schudde echter het hoofd en zei: „Zulke klanten heb ik niet graag. Ik wil klinkend geld zien.” „Voor niets wil ik het ook helemaal niet”, zei het vrouwtje. „Ik geef u een ‚God zal het u lonen’, dat weegt zwaar.” Spottend zei de slager: „Wat zal uw ‚God zal het u lonen’ nu wegen, dat zullen wij meteen zien.” Hij pakt een stuk papier, schrijft daarop de woorden God zal het u lonen en legt het in de ene weegschaal. Maar zie, hij gelooft zijn ogen niet. Met een ruk trekt het die schaal omlaag. Snel snijdt hij een stuk vlees van de tafel ernaast af en legt het in de andere weegschaal. Deze beweegt echter niet. Nog een tweede stuk, een derde stuk legt hij erop, ja, al het vlees dat hij op de tafel heeft liggen. Het lukt hem echter niet de weegschaal met het „God zal het u lonen” omhoog te krijgen. Die blijft naar beneden getrokken; de andere met het vele vlees blijft boven. De slager komt niet meer bij van verbazing.

Hij schudt het hoofd en zegt: „Dat is toch niet te geloven, maar ik zie het met mijn eigen ogen: het ‚God zal het u lonen’ heeft meer gewicht dan al mijn vlees.”

Hij gaf het verraste vrouwtje een flink stuk en hechtte voortaan veel waarde aan een „God zal het u lonen”.

In mijn kinderjaren hoorde ik dit verhaal telkens weer vertellen. Het is bevestigd door hen die het hebben meegemaakt in de tijd van onze overgrootvaders.1

De hele wereld is voor U als de kleinigheid die de weegschaal doet hellen Wijsh 11,20

1 P. Bonaventura Blattmann OFM, Vergelt's Gott, Imprimatur: Augsburg, 30.05.1938 vic. gen. Dr. Eberle.

Dankbaarheid verrijkt ons leven

De veelvuldigheid waarmee de Heilige Schrift ons tot dankbaarheid en dankzegging oproept, laat geen twijfel bestaan over het belang ervan voor ons geestelijk leven. Vele psalmen stromen letterlijk over van dankbetuigingen en de heilige Paulus wordt niet moe de gemeente tot dankzegging op te roepen.

Dankbare zielen omringt God met bijzondere voorkeursliefde en overstelpt Hij hen letterlijk met Zijn gunstbewijzen, want aan elke oprechte dank die wij God, onze grootste Weldoener, betuigen, verbindt Hij onmiddellijk een nieuwe genade, overeenkomstig onze persoonlijke behoeften. Interessant is in dit verband ook dat de begrippen dank (gratias) en genade (gratia) uit dezelfde Latijnse woordstam voortkomen.

De H. Thomas van Aquino verklaart het verband tussen genade en dank als volgt: de gratia is de zich meedelende welwillendheid van God, waarmee Hij een mens Zich welgevallig maakt, en de gratiarum actio is het antwoord op deze onverdiende gave, dat door de genade in de mens wordt teweeggebracht.

Pas wanneer genade tot dank wordt, heeft zij haar doel bereikt. Ondankbaarheid daarentegen blijkt ongenade te zijn. Hoe pijnlijk raakt het ons wanneer onze inspanning om onze medemensen goed te doen, op ondank of op een oppervlakkige vanzelfsprekendheid stuit. Maar nog veel meer wordt God door de snode ondankbaarheid van Zijn schepselen gekrenkt. Reeds in het Oude Testament staat in het boek Wijsheid: Zo kan men weten, dat men U dank moet zeggen aleer de zon opgaat en voor U moet verschijnen bij de komst van het licht. Want hij die geen dank brengt ziet zijn hoop wegsmelten als winterse rijp, wegstromen als nutteloos water. (Wijsh 16,28-29)

En hoe droevig klinkt de vraag van onze Heiland na de genezing van de tien melaatsen: Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling? (Lk 17,15-18)

Het woord danken hangt samen met „denken”. Dankbaar is wie aan ontvangen weldaden denkt in plaats van ze te vergeten, en wie dit niet-vergeten ook in woord en daad toont.

Als beschenkten stuiten wij daarbij zeer vaak op onze grenzen. Dat wij God nooit ook maar bij benadering kunnen vergelden wat Hij ons op elk ogenblik aan goeds doet, is ons wel bewust, maar is het niet ook zo dat in veel situaties van ons leven de dankbetuigingen jegens onze weldoeners eveneens ver achterblijven bij het ontvangene? Juist in zulke ogenblikken is het een buitengewoon verlichtende weldaad om met de volkse dankformule „God zal het u lonen” de Vader in de hemel te bidden onze weldoeners te vergelden wat wij van hen mochten ontvangen.2

De ouders mijn beveel ik U, behoed, lieve God, ze mij nu.
Vergeld, o God, wat ik niet kan, het goede dat zij mij gedaan!

2 Zie P. Dr. Bernward Deneke FSSP, Informatieblad van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, aug./sept. 2025.

De mooiste en machtigste dank

De heiligmatige franciscaan pater Bonaventura Blattmann (1860-1942) schrijft in zijn kleinschrift met de titel Vergelt's Gott over de onmetelijke waarde van de dankbaarheid die om Gods wil wordt beoefend. Aangrijpend is daarbij de kinderlijke en liefdevolle dialoog tussen deze mystiek begenadigde kloosterling en onze Heer Jezus Christus.3

3 P. Bonaventura was van 1903-1912 provinciaal van de Beierse franciscanen. Na een zware ziekte wijdde hij zich tot aan zijn dood aan de door hem in het leven geroepen Erewacht van het Onbevlekt Hart van Maria, vooral ook door de verspreiding van kleinschriften. In 1932 stichtte hij de Aartsbroederschap van het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria.

Het Laatste Avondmaal

Het Laatste Avondmaal

De wet van de dankbaarheid

Jezus: Hebt gij, lieve ziel, al nagedacht over de dankbaarheid?

Ziel: Nee, liefste Jezus. Ik bid U, onderricht mij. Zie, ik hunker en dorst naar de woorden van Uw liefde.

Jezus: Weet, goede ziel, dat de wet van de dankbaarheid reeds in de natuur van de mens is gelegd. Daarom beoefenen zelfs veel ongelovigen en heidenen de dankbaarheid. Ja, gij hebt al ondervonden dat zelfs sommige dieren hun weldoeners dankbaar en gehecht zijn. Daarentegen zijn er mensen die zich meer door hun hartstochten laten leiden dan door de wet van de natuur.

Daar ik echter de God van goedheid en barmhartigheid ben en niet wil dat iemand verloren gaat, heb ik zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament de mensen vaak en met duidelijke woorden de plicht van de dankbaarheid in herinnering gebracht. Mijn liefde voor de zielen ging echter nog verder. Ik leerde hun de dankbaarheid jegens God en jegens de mensen ook door mijn voorbeeld. Herhaaldelijk staat van mij geschreven: „Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en dankte”.

Weet echter, geliefde ziel, dat ik ook in het Heiligste Sacrament van de liefde de Hemelse Vader dank voor alle liefde, genade en barmhartigheid die Hij de zielen op geheel onverdiende wijze doet toekomen. In het Heiligste Sacrament breng ik de Hemelse Vader ook de genoegdoenende en vergoedende dank op voor al die zielen die niet danken en helemaal niet willen begrijpen dat zij God de allerheiligste dank verschuldigd zijn.

Bedenk voorts, dierbare ziel, dat ik in het Heiligste Sacrament in zekere zin zelf de zielen dankbaar ben die met goede wil komen om mij te bezoeken, mij hun liefde te betuigen, mij te troosten en mij genoegdoening en vergoeding te bieden voor die zielen die mijner niet gedenken.

Aan deze goede zielen betoon ik mij dankbaar door hen te troosten, te verlichten, in hen de liefde en genade te vermeerderen, hun kracht te verlenen voor de strijd tegen de verzoekingen, hen met heilige vreugde te vervullen bij de uitoefening van hun beroep en hun in kruis en lijden grote geduld en kracht te schenken, om dit verdienstelijk voor de eeuwigheid te kunnen dragen. Nu vraag ik u echter, lieve ziel: wilt gij mij in de dankbaarheid navolgen?

Ziel: Graag en vol liefde wil ik dit doen. Doch ik bid U, liefste Jezus, zeg mij hoe ik de dankbaarheid moet beoefenen.

Nooit kan ik, o Heer, U genoeg danken.
Elke ademtocht zij U een dank.
Elke hartslag zij U een dank,
tot de laatste slag op de laatste dag.
Dan zal elke gedachte U danken
met een eeuwig dank, dank, dank!
De Allerheiligste Drievuldigheid (El Greco)

De Allerheiligste Drievuldigheid (El Greco)

Beoefening van de dankbaarheid jegens God

Jezus: Neem wel ter harte, lieve ziel, dat uw hele leven met weldaden van God is vervuld. Reeds elke ademtocht is een geschenk van God. Nog groter en kostbaarder zijn echter de ontelbare bovennatuurlijke genaden die u dagelijks ten deel vallen. Terecht roept de heilige Kerk daarom in de prefatie van de heilige Mis de gelovigen op God altijd en overal dank te zeggen.

Ziel: Hoe moet ik het echter zeggen, liefste Jezus, wanneer ik God wil danken.

Jezus: In de dank aan God zijn er vele graden. De eenvoudigste uitdrukkingen van dank zijn: Ik dank U, o God. Of God zij dank. Zie, reeds deze woorden van dank maken uw ziel niet alleen veel welgevalliger voor God, maar uw ziel wordt ook met een reeks deugden getooid. Met de deugd van de dankbaarheid oefent gij namelijk ook de deugd van het geloof, van de liefde en van de nederigheid. Gij wordt mij daarom met elke daad van dank veel welgevalliger. Gaat gij echter een weinig verder en zegt gij bij het danken: Aan God zij lof, prijs en dank gebracht, dan brengt gij God met de eerder genoemde deugdenakten ook de lofprijzing op. Daardoor wordt uw ziel opnieuw veel meer verrijkt.

Onvergelijkelijk waardevoller wordt uw dank wanneer gij bij het danken de wilsdaad laat heersen. Dit doet gij wanneer gij bij gegeven gelegenheden zegt: Aan God zij in naam van alle zielen en voor alle zielen lof, prijs en dank gebracht. Doet gij het zo, dan dankt niet slechts gij alleen, maar gij brengt mij de dank van alle zielen op en verricht mij tegelijk genoegdoening en vergoeding voor al die zielen die mij niet danken. Daardoor verwerft gij in hoge mate Gods liefde en welbehagen en trekt gij Gods ontferming op de zielen neer.

Ziel: Hoe moet ik het echter doen, liefste Jezus, wanneer ik U, de Vader en de Heilige Geest altijd en overal wil danken?

Jezus: Deze uw vraag verheugt mijn Hart en vol vreugde zeg ik u dat de wilsdaad het middel daartoe is. Wek hiertoe vaak de volgende wilsakte op: Aan de Allerheiligste Drievuldigheid zij oneindig vele malen, altijd en overal, in naam van en voor alle zielen, lof, eer, prijs en dank voor alles gebracht van eeuwigheid tot eeuwigheid. Met deze eeuwigheidsakte van dank brengt gij mij de dank in naam van en voor alle zielen niet slechts eenmaal op, maar oneindig vele malen, en deze uw dank zal voortduren en voortwerken in eeuwigheid, omdat God bij alles op de wil let.

Ziel: O eeuwige Liefde, hoe goed zijt Gij, dat Gij mij zo liefdevol over de dankbaarheid jegens God hebt onderricht.

O, zeg mij ook, ik bid U, hoe ik de mensen moet danken.

Beoefening van de dankbaarheid jegens de mensen

Jezus: Let wel, God beminnende ziel, dat het met de dankbaarheid jegens de mensen eveneens vele graden zijn, evenals bij de dank aan God. De wereldmensen en al diegenen die zich door de geest van de wereld laten beheersen, beoefenen de dankbaarheid uit puur natuurlijke beweegredenen, bijvoorbeeld omdat het gebruikelijk is of omdat het zich hoort te danken. Zie, zulk een dank brengt slechts een puur natuurlijk loon met zich mee. Ik beloon deze dank van de zielen weliswaar op verschillende wijze, maar alleen in deze wereld. Zegt gij daarentegen ik dank u, uit liefde tot God of omdat God wil dat gij ook jegens de mensen dankbaar zijt, dan oefent gij de deugd van de dankbaarheid uit vanuit een bovennatuurlijke beweegreden. Zie, zulk een daad van dank beloon ik met bovennatuurlijke, eeuwige goederen. Gij neemt toe in de heiligmakende genade en verwerft u verdiensten voor de hemel. Onvergelijkelijk waardevoller, mij welgevalliger, werkzamer en zegenrijker is echter de dank van het „God zal het u lonen”.

Over het „God zal het u lonen”

Jezus: Onthoud goed, lieve ziel, wat ik u nu zeg. Dankt gij met een „God zal het u lonen”, dan bidt gij mij dat ik die ziel vergelde wat zij u aan goeds deed. Deze uw bede verhoor ik zeer graag en ik beloon de ziel die u goed deed rijkelijk, naar de mate van haar ontvankelijkheid. Maar nog veel groter nut hebt gij zelf wanneer gij met „God zal het u lonen” dankt. Gij bewijst namelijk de ziel die u goed deed door het „God zal het u lonen” meestal een veel grotere weldaad dan zij u bewees. Met dit werk van naastenliefde verheugt gij mijn Hart en ik zal u daarvoor overvloedig belonen. Behalve de deugd van de dankbaarheid oefent gij de deugd van het geloof, van het Godsvertrouwen, van de Gods- en naastenliefde, van de ware vroomheid, van de wijsheid en van de nederigheid. Hieruit ziet gij dat uw ziel na elk oprecht „God zal het u lonen” in een veel heerlijker deugdensieraad schittert. Maar gij ontvangt ook na elk waar „God zal het u lonen” een veelvoudige vermeerdering van de heiligmakende genade, en alles wat gij daarna doet, heeft een veel grotere geestelijke waarde dan tevoren. Ziet gij nu, lieve ziel, welk groot geestelijk nut het „God zal het u lonen” uw ziel oplevert?

Niets maakt een mens zo waardig voor de goddelijke geschenken als voortdurende dankbaarheid jegens God voor de ontvangen gaven. H. Ignatius van Laconi
Geef, o God, dat hun die ons goed hebben gedaan aan lichaam en ziel, het brood van de hemel en van de aarde nooit ontbreke.

Ziel: O mijn goede Jezus, hoe diep smart het mijn ziel dat ik zo veelvoudige schade heb geleden, omdat ik mij zo vaak met louter wereldse dank tevredenstelde. In de toekomst echter zal ik in alle gevallen steeds slechts „God zal het u lonen” zeggen. O Jezus, zegen, ik bid U, dit mijn voornemen.

Over het „God zegene het”

Jezus: Met grote liefde vervul ik uw bede. Doch, lieve ziel, blijf niet halverwege staan, maar geef ook steeds op het „God zal het u lonen” het passende antwoord. Dit luidt „God zegene het”. Antwoordt gij de ziel die u voor iets „God zal het u lonen” zegt met een „God zegene het”, dan wordt beide zielen Gods zegen in overvloed geschonken.

O, indien de mensen toch wisten hoezeer mijn Hart ernaar verlangt de zielen genaden, zegen en weldaden te schenken, dan zouden zij deze mijn liefde beantwoorden. Doch slechts weinigen hebben daarnaar verlangen. Met „God zal het u lonen” en „God zegene het” bereiden twee zielen mij de vreugde mij in liefde voor elkaar te bidden. Met deze wederzijdse beden oefenen beide zielen een geestelijk werk van barmhartigheid uit. Voorwaar, met vreugde voldoe ik aan de beden van beide zielen en ik stel noch aan de vergelding noch aan de zegen een grens, zodat zij op elke wijze alle aardse beloningen ver overtreffen. Maar nog veel kostbaarder is de winst aan genade en deugd die beide zielen voor zichzelf door hun beden behalen.

De waardeverhoging van het „God zal het u lonen”

Jezus: Daar ik, lieve ziel, uw hart vol verlangen zie mij met het „God zal het u lonen” en met het „God zegene het” zeer veel vreugde te bereiden, wil ik u erop wijzen hoe gij de uitwerking van beide beden nog veel groter kunt maken.

Ziel: O Jezus, bestaat er dan nog iets groters dan wat Gij mij over het „God zal het u lonen” hebt gezegd?

Jezus: Zeker, mijn kind, het middel daartoe is uw vrije wil. In vrije keuze van uw wil kunt gij eenvoudig „God zal het u lonen” zeggen. Gij kunt echter ook zeggen: „Duizendmaal God zal het u lonen”. Daarmee vraagt gij mij de gave niet slechts eenvoudig, maar duizendvoudig te vergelden. Gij bereidt mij met deze veelvuldig vermeerderde bede een veel grotere vreugde dan met het eenvoudige „God zal het u lonen”. Daarom is ook de waarde en de werkzaamheid van het duizendvoudige „God zal het u lonen” veel groter. Hoe groot en mij welgevallig deze versterkte bede ook is, toch ligt er een zekere beperking in. Neem daarmee dan ook geen genoegen, maar voeg aan het „God zal het u lonen” het woordje „eeuwig” toe. Volgt gij dit advies op, dan bereidt gij mij niet slechts vreugde, maar eert gij mij ook als waarlijk almachtige, eeuwig goede en barmhartige God. Gij bewijst ook de ziel aan wie gij met een „God zal het u eeuwig lonen” dankt, een onvergelijkelijk groter werk van barmhartigheid dan wanneer gij met een „Duizendmaal God zal het u lonen” dankt. Precies hetzelfde geldt ook voor „God zegene het eeuwiglijk”.

Gij kunt het „God zal het u lonen” en het „God zegene het” nog veel kostbaarder, waardevoller en verdienstelijker maken. Het middel daartoe is de grote goede bedoeling.

Wek daarom voor uw hele leven de wilsakte op, steeds in naam van alle zielen en voor alle zielen „God zal het u eeuwig lonen” en „God zegene het eeuwiglijk” te zeggen. Met deze akte brengt gij mij de dank van alle mensen op, ook van hen die mij nooit danken. Opdat deze grote wilsakte van de alomvattende dank in u niet verslappe, raad ik u aan hem vaak te vernieuwen. Laat ook geen gelegenheid om barmhartigheid te oefenen voorbijgaan, opdat u vaak een „God zal het u eeuwig lonen” en „God zegene het eeuwiglijk” ten deel valt. Indien alle zielen elkaar zo behandelden, zou niet alleen de liefde veel meer in de harten toenemen, maar zou ook Gods zegen zich veel meer ontplooien en tot een steeds grotere geestelijke werkzaamheid komen.

Nadat gij, lieve ziel, over de hoge waarde van het „God zal het u lonen” en „God zegene het” zijt onderricht, zorg ervoor dat ook die zielen hiervan kennis krijgen die van deze bronnen van genade niets weten. Doet gij dit, dan hebt gij deel aan alle uitwerkingen die uit uw onderricht voortvloeien.4

Zegt met blijdschap dank aan de Vader,
die u in staat stelde
te delen in de erfenis van de heiligen in het licht. Kol 1,12

4 Vergelt's Gott, eveneens blz. 26 en blz. 27.

De Godsgroet

Jezus: Evenals bij het danken is het ook bij het groeten. De wederzijdse groet „Goedendag” baat de zielen helemaal niets. Daarentegen brengt de oprechte wederzijdse groet „God groete u” de groetenden grote baat, ja eeuwige winst. Ik verhoor de in deze groet vervatte bede graag en groet de zielen door hun mijn liefde en genade toe te wenden.

Maar nog onvergelijkelijk zegenrijker is de groet „Wees gegroet, Maria” of „Geloofd zij Jezus Christus”.

Bedenk, lieve ziel, indien reeds een „God zal het u lonen” of „God zegene het” van een ziel die in staat van genade is zulk een grote geestelijke winst voor de eeuwigheid oplevert, hoeveel onvergelijkelijk groter is dan de beloning voor de werken van gehoorzaamheid, van liefde, van barmhartigheid, van zelfverloochening en het ontvangen van de heilige sacramenten, alsook het geduldig dragen van kruis en lijden, vooral wanneer deze werken in naam van en voor alle zielen aan mij worden opgedragen.

O lieve ziel, wees daarom ijverig en maak gebruik van elke gelegenheid tot het goede en weet dat ik altijd bereid ben u te helpen, u geestelijk te verrijken.

Ziel: Eeuwig zij U, o goede Heiland, in naam van en voor alle zielen lof, eer, prijs en dank gebracht voor de overgrote goedheid en barmhartigheid waarmee Gij mij zo liefdevol hebt onderricht. Ik ben vast besloten Uw wil getrouw te volgen. O, schenk mij daartoe Uw genade.

Wij loven en prijzen U en zeggen U dank, o Allerheiligste Drievuldigheid, voor al Uw liefde, genade en barmhartigheid, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Groet iedere heilige in Christus Jezus. Fil 4,21

Vergeet de Goede Bedoeling niet

De Duitse mystica Mechthild Thaller-Schönwerth (1868-1919) schrijft: Vandaag was de overleden pater Policarp bij mij. Hij zei mij als dank voor de bevrijding uit het vagevuur: „Vast, bid, geef aalmoezen, oefen zelfverloochening en gehoorzaamheid en gij zult zalig worden.

Wek bij alles wat gij doet de Goede Bedoeling op, het in de naam van Jezus en met het lijden van Jezus te verrichten en gij zult heilig en volmaakt worden.

Indien ik nog slechts één uur in het leven kon terugkeren, zou ik niets anders doen dan spreken over de onmetelijke waarde van de ‘Goede Bedoeling’.

Indien ik alles had geweten zoals nu, zou ik altijd slechts hebben gepredikt: „Vergeet de Goede Bedoeling niet!

Door de voortdurende Goede Bedoeling leert men volmaakte gehoorzaamheid, volmaakt berouw en komt men tot zulk een brandende liefde dat men aan niets anders meer kan denken dan aan God.

Door de voortdurende Goede Bedoeling zult gij heilig worden.

Ik zeg u dit als dank voor uw gebed!”5

Hemelse Vader, ik offer U alles op wat ik ook zal doen, offeren en lijden, verenigd met de verdiensten van Jezus en Maria, in naam van alle zielen en voor alle zielen van de hele drievoudige Kerk, met de wil daardoor te werken en voort te willen werken in eeuwigheid. Amen. Prof. Albert Drexel

5 Die Vertraute der Engel, Leben der Mystikerin Mechthild Thaller-Schönwerth, Jestetten 1992.

Een lamp voor ons geweten

Volgens de H. Ignatius van Loyola is de dankbaarheid een onmisbaar middel voor een goed en vruchtbaar gewetensonderzoek. Waar de ruimten van de ziel met dagelijks beoefende dankbaarheid worden doorlicht, kunnen de ontbindende neigingen van gedrukte stemming en ontevredenheid, die uiteindelijk uit de eigenliefde voortkomen, niet de overhand in onze ziel krijgen.

Met de lamp van de dankbaarheid kunnen deze „vreugdedieven” worden opgespoord en met de passende tegenmiddelen worden behandeld. Want het is nauwelijks mogelijk ontevreden en tegelijk ook dankbaar te zijn. Van daaruit gezien is de oefening van de dagelijks voltrokken dankende instemming met de eisen die God aan ons stelt, oefening en bewijs van alle deugden.

De moeder van de dankbaarheid is de nederigheid, die haar als het ware het leven schenkt, zoals de hoogmoed de ondankbaarheid voortbrengt. De zusters van de dankbaarheid zijn de vreugde en de tevredenheid, die vrolijk met haar door het leven gaan en door vele andere deugden worden begeleid.6

Gewen u eraan uw hart vele malen per dag in dankbaarheid tot God te verheffen.

Omdat men u veracht heeft, omdat gij het noodzakelijke hebt, of omdat gij het niet hebt, omdat Hij Zijn Moeder, die ook uw moeder is, zo mooi gemaakt heeft, omdat Hij de zon geschapen heeft en de maan, de planten en de dieren, omdat Hij die mens zo welsprekend geschapen heeft en u zo moeizaam in het woord... Zeg Hem dank voor alles, omdat alles goed is. H. Josemaria Escrivá

6 Zie Geist und Leben, Zeitschrift für Aszese und Mystik, Würzburg 1956, afl. 4, blz. 286 e.v.

Een krachtig geneesmiddel

Juist omdat God zich zozeer verheugt over de dankbaarheid van Zijn schepselen, zou ons deze zo aantrekkelijke deugd, waarmee wij ook onze medemensen verrijken, een hartenwens moeten zijn. Er is ook nauwelijks een geneesmiddel dat de ziel op soortgelijke wijze verfrist, geneest, versterkt en voor de genade van God ontvankelijk maakt.

Evenzo ontkracht zij elke vorm van negatieve invloeden, doordat zij ons ertoe brengt kwaad met goed te vergelden en al diegenen die ons niet gunstig gezind zijn, te vergeven.7

De genade om in elk ogenblik van het leven dankbaar te zijn, of dat ogenblik nu trekken van vreugde of van pijn draagt, is een vrucht van gelovig vertrouwen, dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben. (Rom 8,28) Dankbaarheid is het geheim van een blij en tevreden mens, zoals het volgende verhaal tot uitdrukking brengt:

In een levendig gezelschap van Italianen werd een jonge vrouw plotseling zo diep geraakt door het gezicht van een kleine oude priester, wiens gelaat een ongewoon diepe vreugde uitstraalde, dat zij op hem toeging en hem vroeg:

„Neemt u mij niet kwalijk dat ik zo direct vraag, maar waarom bent u zo vol vreugde? Hebt u een bijzondere reden?” – „O nee, het is eerder mijn kleine geheim. Maar ik zal het u verklappen”, zei hij glimlachend. „Ik ben 95 jaar oud. Toen ik vijf jaar oud was, stelde ik bedroefd vast dat de mensen zich voortdurend om de geringste aanleiding beklaagden, en dat schokte mij. Ik voelde ook dat Jezus daarover bedroefd was. Zo heb ik een overeenkomst met Hem gesloten en beloofde Hem dat ik mij gedurende de komende 100 jaar van mijn leven nooit zou beklagen; dat ik Hem integendeel voor alles zou prijzen, voor de goede en voor de slechte dagen, en dat ik altijd de gave van het leven zou eren. En ik moet zeggen, ik heb mijn belofte gehouden. Gedurende al deze jaren waarin ik het leven heb geroemd, heeft het kwaad mij niets kunnen aandoen, en zo ben ik alle demonen uit de weg gegaan!”

Deze bijna 100-jarige priester bewees met zijn leven dat de dankbaarheid van hem een blij mens heeft gemaakt. De dankbare vreugde wil zich meedelen, zij brengt goede daden voort. Indien ik al zoveel gekregen heb, dan wil ik dat graag met anderen delen. Daarom zijn dankbare mensen geliefd. Zij brengen tevredenheid en een zekere blijmoedige gelatenheid mee, zelfs wanneer ook zij heel wat te dragen hebben. Men is eenvoudig graag bij hen, wat het geluk aan beide kanten vermeerdert.

Wie niet dankbaar is, beklaagt zich snel en bekritiseert, wat de ontevredenheid alleen maar vergroot en het kwaad groter maakt. Wanneer ons hart echter met dank vervuld is, dan is daar geen plaats voor jaloezie, afgunst, wraak, misgunst, toorn, gierigheid, neerslachtigheid of zelfs wanhoop. Daarom is de dankbaarheid het beste geneesmiddel wanneer wij deze ondeugden, waaronder wij vaak lijden, in onszelf ervaren. Ja, men kan werkelijk zeggen: de dankbaarheid is een sleutel tot het geluk.8

Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus. 1 Tes 5,18
Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Roept Mij aan, Ik zal u verhoren; zoekt en ge zult vinden; vraagt en u zal gegeven worden; klopt en er zal worden opengedaan. Opschrift van de afbeelding „Jezus als arts en apotheker”

7 Zie Geist und Leben.

8 Zie Triumph des Herzens, Dankbarkeit der Schlüssel zum Glück, nr. 122.

Christus als apotheker

Christus als apotheker

De genadestroom van de heilige Mis

Jezus: Prent u, lieve ziel, diep in dat de heilige Mis hetzelfde offer is als het offer dat ik aan het kruis aan mijn Hemelse Vader heb gebracht voor de verlossing van de wereld. Zoals het kruisoffer, zo is ook het misoffer een offer van oneindige waarde, omdat ik, gelijk aan de Vader en de Heilige Geest God, mij in elke Mis aan de Hemelse Vader opoffer.

Het opdragen en bijwonen van de heilige Mis is daarom van alle goede werken van de grootste waarde. Zoals de zon helderder schijnt en de aarde meer baat dan alle sterren tezamen, zo is het opdragen en bijwonen van de heilige Mis meer waard dan alle goede werken van alle mensen samengenomen. Alle goede werken zijn slechts menselijke werken. In de heilige Mis echter offert gij mijn Lichaam en mijn Bloed, ja mij, de eniggeboren Zoon van God, zelf op. Woon daarom, lieve ziel, de Mis bij, zo vaak het u mogelijk is.

De heilige Mis is het verhevenste aanbiddings- en lofoffer. God is de eeuwige, oneindige Majesteit, het toppunt van alle volmaaktheden, de Heer van hemel en aarde. Hem komt oneindige hulde, lof en prijs toe. Maar geen schepsel, zelfs Maria niet, mijn liefste Moeder, kan uit zichzelf God zo aanbidden, loven en prijzen als Hij verdient. Alleen ik, de Zoon van God, kan de Godheid waardig eren, loven en prijzen en bij elke Mis breng ik God oneindige aanbidding, lof en prijs op, zoals die Hem toekomt.

Door het offer van de heilige Mis kunt ook gij, lieve ziel, de goddelijke Majesteit oneindige hulde, aanbidding, lof en prijs brengen, zo vaak gij haar in de juiste gezindheid bijwoont. O verheug u en breng God ijverig het aanbiddings- en lofoffer van de heilige Mis op. De heilige Mis is het meest volmaakte dankoffer.

Voor de ontelbare genaden en weldaden waarvan God u onophoudelijk deelachtig maakt, kunt gij niet danken zoals God toekomt. Wat gij uit eigen kracht niet kunt, dat heb ik mogelijk gemaakt. In elke heilige Mis breng ik mij in de hoogste dankgezindheid aan mijn Hemelse Vader op als volmaakt dankoffer. Met mij en door mij kunt ook gij, lieve ziel, bij elke heilige Mis die gij in dankgezindheid bijwoont, God op volmaakte wijze danken.

Door mij en mijn Eucharistisch Offer zijt gij zo rijk geworden dat gij de Hemelse Vader een onuitsprekelijk hoge tegengave kunt wijden tot dank voor al Zijn weldaden. De dankbaarheid is bovendien een heerlijke deugd. Daarom zoudt gij God niet slechts bij de heilige Mis, maar altijd en overal moeten danken.

De heilige Mis is het volkomen toereikende offer van genoegdoening en voldoening. De zonde is een oneindige beleediging van God. Geen mens is in staat voor één enkele zonde volwaardige genoegdoening en voldoening te verrichten. Daarom heb ik mij over de mensheid ontfermd en mij aan de stam van het kruis aan de Hemelse Vader als genoegdoening en voldoening opgeofferd. Dit offer van genoegdoening en voldoening zet ik voort in de heilige Mis. […]

Jezus, Heer vol goedheid, ware pelikaan, was met Uw Bloed af wat ik misdaan heb.
Eén druppeltje van dit Bloed is genoeg tot heil, het delgt wat aan wandaad de aarde ooit droeg. H. Thomas van Aquino

Als offer van voldoening bewerkt het heilig misoffer de kwijtschelding van de zondestraffen die gij na vergeving van uw zonden op aarde of in het vagevuur zoudt moeten uitboeten.

Deze kwijtschelding van de zondestraffen is des te volkomener naarmate gij vrijer zijt van gehechtheid aan de zonden. Het voldoeningsoffer van de heilige Mis kunt gij ook aan de arme zielen toewenden, ja gij kunt hun geen betere dienst bewijzen dan wanneer gij voor hen de heilige Mis bijwoont, of haar voor hen laat opdragen.

Het uur van de heilige Mis is waarlijk een gouden uur, omdat daardoor uw hele dagwerk in goud van eeuwige waarde wordt veranderd.

God, die uw verlangen ziet, laat ook over u en uw dagwerk de werking van de heilige Mis uitstromen.

De heilige Mis verwerft u, lieve ziel, ook vele tijdelijke weldaden. Zegen voor uw beroep, troost, moed, hulp in uw noden. Daar gij echter niet weet wat u ten heil strekt, voeg aan uw tijdelijke beden steeds de voorwaarde toe: „Indien het Gods wil is”, „Indien het ten heil strekt”. In elk geval is het zeker dat gij in alle zaken het zekerst verhoring vindt, wanneer gij bij de heilige Mis uw beden met mijn voorspraak verenigt, want door mijn offer worden zij zekerder, eerder en volkomen vervuld.

Door het bijwonen van de heilige Mis neemt gij toe in de liefde en genade van God, en daarom heeft alles wat gij overdag doet een onvergelijkelijk grotere waarde dan wanneer gij de heilige Mis niet hadt bijgewoond. Is het u echter werkelijk onmogelijk de heilige Mis bij te wonen, neem dan ten minste in wens en verlangen eraan deel. Ja, ik raad u aan de bedoeling te maken dagelijks aan alle heilige Missen te willen deelnemen.9

O Jezus, door Uw dood en Uw heilig Bloed, bekeer de zondaars, red de stervenden, verlos de arme zielen uit het vagevuur, heilig de priesters, de religieuzen en de gezinnen.

9 P. Bonaventura Blattmann OFM, Gnadenströme, Imprimatur: August Vindel, 04.05.1934 vic. Gen. Dr. Eberle.

H. Margaretha Maria Alacoque

H. Margaretha Maria Alacoque

De sleutel tot het Heilig Hart van Jezus

In het octaaf van Sacramentsdag in juni 1675 toonde Jezus aan de H. Margaretha Maria Alacoque Zijn Goddelijk Hart en sprak tot haar:

Zie hier het Hart dat de mensen zozeer heeft bemind dat het zichzelf niet spaarde, maar zich volledig gaf en verteerde om hun Zijn liefde te bewijzen. Tot loon oogst ik van de meesten slechts ondank, door de koelheid en de minachting die zij mij in dit Sacrament van de liefde aandoen. Maar het meest smartelijk is het mij dat ook zielen die aan mij gewijd zijn, zo tegen mij handelen. Daarom verlang ik van u dat op de eerste vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag een bijzonder feest ter ere van mijn Heilig Hart wordt ingesteld. Men moet op die dag de heilige Communie ontvangen en mij door plechtige boetedoening eerherstel brengen, om de onteringen te herstellen die het Allerheiligste Altaarsacrament […] worden aangedaan.

Door Jezus in het Sacrament van Zijn liefde steeds weer te bezoeken en Hem te danken voor alles wat Hij voor ons gedaan heeft, troosten wij Zijn Heilig Hart en brengen Hem genoegdoening voor de ondankbaarheid en onverschilligheid van zovele zielen. Op deze wijze ontvangen wij ontelbare genaden voor onszelf en voor allen die God aan ons gebed heeft toevertrouwd. Want de dankbaarheid is de sleutel tot de schatkamer van het Heilig Hart van Jezus.

Eer, liefde en dank zij aan het Heilig Hart van Jezus! Aflaatgebed

Maar ook wanneer wij niet altijd de gelegenheid hebben Jezus in het geheim van Zijn liefde te bezoeken en sacramenteel te ontvangen, dan hebben wij toch steeds de mogelijkheid Hem door ons smachtend verlangen in alle tabernakels van de wereld te groeten, te aanbidden en met liefdevolle dankbaarheid op geestelijke wijze te ontvangen.

De H. Theresia van het Kind Jezus gaf haar lijfelijke zuster Céline de raad: Wat de meeste genaden van God aantrekt, is de dankbaarheid. Wanneer wij Hem voor een weldaad danken, is Hij ontroerd en haast Zich ons er tien meer te bewijzen.

Wanneer wij Hem dan weer met dezelfde oprechtheid danken, welk onberekenbare vermeerdering van de genaden!

Ik zelf heb deze ervaring gehad: Probeer het en gij zult zien. Mijn dankbaarheid is grenzeloos voor alles wat Hij mij geeft, en ik bewijs haar Hem op duizend manieren.

Hoe bescheidener en nederiger een ziel is, des te dankbaarder, maar ook des te sterker wordt zij in het geloof dat ook lijden een geschenk van God is.

Ik dank U, o mijn God! Voor alle genaden die Gij mij hebt geschonken, in het bijzonder hiervoor dat Gij mij door de vuurproef van het lijden hebt laten gaan. Met vreugde zal ik U aanschouwen op de jongste dag, wanneer Gij de scepter van het kruis zult dragen. Daar Gij U hebt verwaardigd mij dit zo kostbare kruis als deel te geven, hoop ik in de hemel U gelijk te zijn en aan mijn verheerlijkt lichaam de geheiligde wondtekenen van Uw lijden te zien stralen. H. Theresia van het Kind Jezus
Hemelse Vader, door het Onbevlekt Hart van Maria offeren wij U in naam van alle zielen en voor alle zielen, naar de wil oneindig vele malen en onophoudelijk, het Allerheiligste Hart van Jezus op, met heel Zijn liefde en met al Zijn lijden, met Zijn Kostbaar Bloed, met al Zijn verdiensten en met Zijn hele eucharistische leven en werken, als genoegdoening en voldoening voor al onze zonden en tot verheerlijking van al Uw heilige bedoelingen. P. Bonaventura Blattmann
Kan ik ooit vergelden de Heer alwat Hij voor mij heeft volvoerd? De beker des heils wil ik heffen. Ps 115,12-13
Wanneer ik hem neem, de beker die door het bloed van mijn Heer is gerood, en in blijde dankzegging mijn bloed vermeng met dat van het heilige Offerlam, dan wordt het deelachtig aan Zijn Oneindigheid en kan het de Vader een overgrote eer bezorgen. Dan is mijn lijden een getuigenis dat de eer van de Vader draagt. H. Elisabeth van de Drievuldigheid
Maria Visitatie – Maria bij Elisabet

Maria Visitatie – Maria bij Elisabet

Danken met de Moeder Gods

Dagelijks zingt en bidt de hele Kerk, verenigd met de Moeder Gods, de grote lofzang van het Magnificat, om de Drie-ene God te verheerlijken en Hem te danken in naam van heel de mensheid. Hoe meer wij daarbij Maria in ons God laten loven en danken, des te meer laat zij ons delen in haar heerlijke genaden en verdiensten. Deze zijn zo groot en verheven dat de begenadigde abdis Zr. Maria van Agreda schrijft: Zij alleen, de schatkamer van de hoogste Koning en het heiligdom van het „grote geheim”, bracht in haar eigen naam en in naam van het hele menselijke geslacht Hem veel meer eerbied en dank op dan alle engelen en mensen samen.10

Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder:
daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.
En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is, en heilig is zijn Naam.
Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen.
Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen.
Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.
Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken,
gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen. Lk 1,46-55

10 Maria von Agreda, Leben der jungfräulichen Gottesmutter Maria, Jestetten 1982, deel II, blz. 144.

Engelen geleiden de zaligen naar de poort van het paradijs (Hans Memling, Het Laatste Oordeel)

De dood, de poort naar het leven

De genade van het ogenblik

Jezus: Hebt gij, lieve ziel, al het belang van een ogenblik overwogen?

Ziel: Nee, mijn goede Jezus. O, onderricht mij daarover, ik bid U!

Jezus: Hoor mij dan en neem ter harte wat ik u meedeel. Elk ogenblik staan voor u, lieve ziel, zowel de genade als de beproeving gereed. Beide staan als het ware steeds voor uw deur. Dit is echter zeker, dat ik steeds met mijn liefde en genade voorafga, voordat ik een lijden of een beproeving over u laat komen. Het komt u dat weliswaar niet zo voor, want gij ziet in plaats van de genade slechts het lijden. De reden daarvoor is dat de genade diep innerlijk aan de ziel wordt meegedeeld, lijden en beproevingen daarentegen treden meestal van buiten tot de ziel toe. Weet dan in het bijzonder dat ik niet zelden mensen als mijn werktuigen gebruik om u de voor u bestemde lijden en beproevingen toe te voegen. Of ik laat ook menselijke zwakheden en ziekten toe, waaronder gij zucht, omdat gij niet wilt weten en niet wilt begrijpen dat al deze lijden niet alleen grote genadegeschenken van God zijn, maar dat onder al deze lijden en beproevingen ook de kostbaarste genaden verborgen zijn. Ik heb u, lieve ziel, een zeer groot goed verleend, en dat is het inzicht. Indien gij dit gebruikt, kunt gij alle lijden en beproevingen op rechtmatige wijze benutten en ook meewerken in alles wat gij als juist onderkent. Door het inzicht en door de in rechtmatige zin gedragen lijden worden deze tot genaden, en door de te allen tijde benutte genade wordt gij tot de innige vereniging met mijn heiligste wil gevoerd. Elk ogenblik kan een gedachte of een wilsdaad, een besluit, een zelfopoffering of een losmaking van mij in zich sluiten. Ja, vaak strijden en kampen twee machten in de ziel, en het is een ogenblik waarin de ziel zich hetzij voor het goede hetzij voor het kwade beslist. In een ogenblik is een leven van dertig, vijftig of tachtig jaar voor deze tijd afgesloten. Het is een ogenblik waarin door mij zelf het oordeel over de ziel wordt geveld. En wederom is het een ogenblik waarin aan de ziel wordt meegedeeld of zij eeuwig gelukkig in de hemel of eeuwig ongelukkig en verdoemd in de hel zal zijn.

Het hele leven is samengesteld uit louter ogenblikken. Niemand kan alle ogenblikken tellen die hem gedurende heel zijn leven gegeven waren. God echter kent ze allemaal. Hem moet gij eens ook over het gebruik van elk ogenblik rekenschap afleggen. Gelukkig en zalig echter al die zielen die zowel met de genade hebben meegewerkt als de lijden en beproevingen zo hebben gedragen dat alles voor hen tot eeuwige verdiensten werd.

Het benutten van de ogenblikken

Nu zeg ik echter, bidt zonder ophouden. (1 Tes 5,17) Het gebed is namelijk een hoofdmiddel waardoor gij alle ogenblikken op rechtmatige wijze benutten kunt. Want wanneer gij te allen tijde bidt, dat wil zeggen wanneer gij bij alles een Goede Bedoeling hebt en u met mij verenigt, zal alles, wat gij ook maar doet, werkt of lijdt, u tot verdienste strekken. Een ander zeer belangrijk middel zijn voor de zielen de schietgebedjes. Want zie, lieve ziel, bidt gij schietgebedjes in de ogenblikken van genade, dan zal daardoor de toevloed van genade des te groter worden. Bidt gij echter schietgebedjes, wanneer gij in lijden en beproevingen zijt, dan worden door de schietgebedjes alle lijden en beproevingen tot grote bronnen van genade. Zoals zonder ophouden de hart- en polsslag voortgaat, zo zult gij ook zonder ophouden het innerlijk gebed beoefenen.

In de tijd echter waarin gij door zeer vele werkzaamheden wordt belet, moet gij ten minste de wil laten werken. Daar namelijk elk ogenblik in het leven van de mens zo kostbaar is dat er geen van verloren mag gaan of onbenut mag blijven, moet gij vooral ten tijde van het werk de wil actief laten zijn, en wel niet alleen voor het heden van de huidige dag, maar gij moet met de wil ook vooruit willen werken. O, deze geestelijke werkzaamheid van de wil, zowel voor uzelf als voor alle zielen, waardoor gij alle ogenblikken van alle mensen wilt heiligen en naar mijn wil aan mij wilt aanbieden en opofferen en dit naar de wil ook doet. Dat is een zo groot geestelijk arbeidsveld, waaruit oneindige geestelijke vruchten voortspruiten en waar in de tijd zeer groot werk voor heel de eeuwigheid wordt verricht. Toen ik zei: Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! (Lk 12,49)

Zie, zo wil ik van de zielen dat zij allen, in liefde tot mij ontbrand, hun leven in mijn dienst stellen en alle ogenblikken tot genaden maken en zich heiligen. Dat doen echter slechts zeer weinige zielen. Zelfs velen van die zielen die zich mijn dienaren en dienaressen noemen, laten dit na. Zoals overal, zo kunt gij ook op dit punt genoegdoenend en vergoedend optreden. Dat geschiedt dus doordat gij alles in naam van alle zielen en voor alle zielen doet en wilt doen. Gij moet dat in zo verregaande mate doen dat gij niet slechts royaal, maar waarlijk grootmoedig zijt. Zie, slechts één ogenblik is nodig om een daad van liefde op te wekken, om u hier en daar te overwinnen, om de uitnodiging van Gods genade en liefde te volgen of aan de bedorven natuur toe te geven. Dit alles kunt gij uit verschillende beweegredenen doen.

Bijvoorbeeld opdat ik u daarvoor eeuwig beloon, of om mij uw liefde in de daad te bewijzen, of opdat ik u laat delen in mijn eeuwig werk, of in naam van en voor alle zielen, of om voor de bedoelingen en belangen van God werkzaam te zijn. Hoe verhevener en ruimhartiger uw beweegredenen zijn, des te grootmoediger handelt gij.11

11 P. Bonaventura Blattmann OFM, Leitsterne zum Himmel, Imprimatur: Augustae Vindel, 06.06.1934 vic. gen. Dr. Eberle.

De grote dankzeglitanie

Het is waarlijk passend en goed, onze plicht en ons heil, dat wij U altijd en overal danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Begin van de prefatie

Heer, ontferm U over ons!
 Heer, ontferm U over ons!

Christus, ontferm U over ons!
 Christus, ontferm U over ons!

Heer, ontferm U over ons!
 Heer, ontferm U over ons!

Christus, hoor ons!
 Christus, verhoor ons!

God, hemelse Vader, ontferm U over ons!
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ...
God, Heilige Geest, ...
Allerheiligste Drievuldigheid, één enige God, ...

Heilige Maria, Moeder van God, zing voor in het koor van de dankzegging!

Voor het licht, het leven en heel de schepping, danken wij U, o God!
Voor de kribbe, het kruis en de paasmorgen, ...
Voor de duif met de zeven vlammen van het hemelvuur, ...
Voor de boodschap van het geheim van Uw Allerheiligste Drievuldigheid, ...
Voor de Koningin van de hemel, de Moeder van Uw Zoon en onze Moeder, ...
Voor het reinigende water van de doop op ons hoofd, ...
Voor hem die ons tot Uw Kerk leidde, ...
Voor vader en moeder, familieleden en vrienden, ...
Voor het vaderland, de regering en de moedertaal, ...
Voor het dagelijks brood, ons huis en ons dagelijks werk, ...
Voor de troost, het geluk en de bescherming in gevaren, ...
Voor de werken van boete die U ons te verrichten gaf, ...
Voor de bittere, maar versterkende beker van het lijden, ...
Voor de genade van het vormsel, als teken van de strijders van de Heilige Geest, ...
Voor het offer van het Lichaam en Bloed van Christus, ...
Voor de dagelijkse voeding met het hemelbrood, ...
Voor Jezus, die onder ons aan het altaar woont, ...
Voor de versterking in de biechtstoel, ...
Voor de olie tot verlichting en verlossing van de zieken, ...
Voor de macht van de priester, U aan te roepen, ...
Voor de hoogheid, eer en waardigheid van de huwelijksband, ...
Voor de Kerk, die ons allen verheft en verzamelt, ...
Voor Petrus met de sleutels van het hemelrijk in handen, ...
Voor Uw koninklijk herders- en priesterschap, ...
Voor de bloeiende ordetakken aan de boom van de heilige Kerk, ...
Voor het volledigste bewijs van het geloof, ...
Voor de hoop U van aangezicht tot aangezicht te aanschouwen, ...
Voor het geluk Uw naam en Uw eer te mogen beminnen, ...
Voor de hulp van de engelen in de strijd op aarde, ...
Voor de moed die wij putten uit het werk van de heiligen, ...
Voor alle heiligen, die aan Uw troon voorspraak doen, ...
Voor de onbevlekte reinheid van de Maagd Maria, ...
Voor de Heilige Schrift en de leer van de Kerk, ...
Voor alle heerlijke overwinningen van Uw rijk, ...
Voor alle stralende feesten van de Kerk, ...
Voor de verhoring van ons gebed voor de doden, ...
Dat U ons een met verstand begaafde, onsterfelijke ziel hebt gegeven, ...
Dat U onze wil met vrijheid hebt veredeld, ...
Dat U ons de goede wil hebt gegeven, ...
Dat U ons zelfs voor het geringste de eeuwige beloning hebt beloofd, ...
Voor de liefdevolle voorzienigheid die ons door het leven leidt, ...
Voor het licht dat ons in donkere nachten scheen, ...
Voor de hand die ons vasthield toen de grond onder onze voeten wankelde, ...
Voor het medelijdende Hart van Jezus Christus, ...
Voor de genaden die U in plaats van straffen gaf, ...
Dat wij eens uit de doden zullen opstaan, ...
Dat Christus op de wolken van de hemel zal komen, ...
Dat Hij de goeden rechtvaardig zal oordelen, ...
Dat Hij de hoogmoedigen op de knieën zal dwingen, ...
Dat wij op de avond van het Laatste Oordeel jubelend de hemel mogen binnengaan, ...

O Gij Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, (driemaal)
Spaar ons, o Heer.
Verhoor ons, o Heer.
Ontferm U over ons, o Heer.

Laten wij bidden.

O God, die gezegd hebt: „Dankt God voor alles.” Wij bidden U nederig, schenk ons de genade onze dank hier op aarde zo te beginnen dat wij hem in de hemel kunnen voltooien. Daarom bidden wij door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer en God, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest in eeuwigheid. Amen.12

12 Grote dankzeglitanie van Jakob Olrik, bekeerling en katholiek priester in Denemarken, Imprimatur: Hafniae, 7.4.1923, † Josef Brems, O. Praem. Episc. Roskildensis Vicarius Apostolicus Daniae.

De H. Felix van Cantalice met bedelzak en rozenkrans

De H. Felix van Cantalice met bedelzak en rozenkrans

Broeder Deogratias

Het franciscaanse ideaal van dankbare eenvoud van hart toont zich ons op bijzondere wijze in het leven van de heilige kapucijn broeder Felix van Cantalice (1515-1587). Reeds als kind bad Felix, die nooit leerde lezen en schrijven, voor zelfgemaakte kruisen, terwijl hij de schapen en geiten van zijn vader hoedde. Toen hij later als knecht in vreemde dienst trad, schrokken op een dag twee ossen tijdens het ploegen en renden met de ploeg over hem heen. Felix, die als door een wonder ongedeerd bleef, voelde in deze gebeurtenis duidelijk de roep van God en trad in het naaste kapucijnenklooster in. In de navolging van Jezus werd het kruis voor de nederige analfabeet zo zeer tot leerboek dat hij zei: Wie dit boek niet begrijpt, weet niet wat boeken zijn. De beschouwing van het lijden van Christus, van al het goede dat de Heer voor hem heeft gedaan, was voor hem een altijd durende bron en diepste geheim van zijn dankbaarheid en vreugde. Graag verklaarde hij: Ik bestudeer zes letters: vijf rode en één witte. De rode zijn de wondtekenen van de Heiland, de witte is Maria, die hij kinderlijk liefhad.13

Zijn vriendelijke Deo gratias – God zij gedankt! voor alles wat hij ook maar als bedelaar van zijn klooster op zijn inzamelrondes door Rome ontving, bezorgde hem in de volksmond de naam Broeder Deogratias.

Ook al was hij ervan overtuigd dat alle dingen in staat zijn ons tot God te verheffen, wanneer wij ze met een nederig oog beschouwen, toch ging hij, om innerlijk bij God te blijven, met neergeslagen blik en de rozenkrans biddend door de straten van Rome, klopte onvermoeid aan de deuren van de paleizen evenals van de armoedige woningen, altijd opgewekt en tevreden met alles wat men hem gaf. Ook op spot en woeste beschimpingen antwoordde hij glimlachend met een oprecht God zij gedankt – Deo gratias! In alles, niet alleen in de aalmoezen van de mensen, maar juist in de vernederingen zag Br. Felix een gave uit Gods hand, die hem en anderen tot heiliging diende. De kapucijn had een meeslepend kinderlijk en open gemoed. Naast de armen en zieken, van wie hij er vele genas, waren daarom de kinderen van de stad zijn bijzondere lievelingen. Hij schaarde ze graag om zich heen en liet ze het Deo gratias! herhalen, als het ware om zich door hen te laten helpen God onophoudelijk dank te zeggen. Een bijzondere vriendschap en zielsverwantschap verbond hem met de H. Filippus Neri, de apostel van Rome en stichter van de Oratorianen.

Keerde Br. Felix met de ingezamelde „schatten” dan moe naar het klooster terug, dan nam hij genoegen met enkele broodkorsten en een weinig wijn. ’s Nachts, wanneer de medebroeders sliepen, ging hij alleen naar de kloosterkerk en legde daar de zorgen van zijn weldoeners en het hele Romeinse volk in innig gebed voor God neer. Met uitgestrekte armen biddend voor het Allerheiligste bracht hij uur na uur vaak onder tranen door in voorbede, in diepe beschouwing.

In de loop van de 40 jaar waarin Br. Felix getrouw en met ongekende nederigheid zijn ambt vervulde, leerden de Romeinen hem kennen en liefhebben, tot hij uit het stadsbeeld niet meer weg te denken was.

In zijn laatste zeven levensjaren kwelden hem vaak hevige koliekaanvallen, toch zei hij over deze lijden: Dat zijn rozen, het zijn bloemen. Op de dag voor zijn sterven geraakte Br. Felix plotseling met een verwonderd Oh! in verrukking en zei: Onze Lieve Vrouw is daar in gezelschap van engelen. Nadat hij de volgende dag, het was Pinkstermaandag, 18 mei 1587, de sacramenten der zieken ontvangen had, riep de kapucijn driemaal, steeds luider: Deo gratias!, en sloot rustig, alsof hij wilde slapen, de ogen.14

Overal, op elke plaats, op elk uur en te allen tijde willen wij Hem prijzen en Hem dank betuigen, de allerhoogste en verhevenste eeuwige God, Drievuldigheid en Eenheid, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, de Schepper van alles en Redder van hen die in Hem geloven en op Hem hopen en Hem beminnen. H. Franciscus van Assisi

13 Broeder Lupus, die Felix eens de geniale raad had gegeven op zijn bedelgangen vaak het Deo gratias te herhalen, zag op een nacht hoe broeder Felix zich voor het hoogaltaar neerwierp en de Moeder Gods smeekte: Leen mij toch een weinig uw Goddelijk Kind. Plotseling kwam het Mariabeeld op het altaar tot leven, de Moeder Gods boog zich naar hem toe en legde Felix haar kleine Zoon in de armen, die deze met zalige liefde en onder tranen aan zich drukte.

14 Hoofdbron: P. Edilbert Lindner OFM Cap, Die Heiligen des Kapuzinerordens, Verlag der Bayrischen Kapuziner, Altötting.

Treedt zijn poorten in met een danklied, gaat met lofzang zijn voorhoven binnen, looft Hem, zegent zijn naam. Ps 100,4